dood

Onze grootste fobieën komen voort uit angst voor de dood

Wat is de overeenkomst tussen grote hoogtes, giftige spinnen en vergeten het gas uit te doen? Juist.

DoorLisa Iverach,Rachel MenziesenRoss Menzies

Josh Blake/Getty Images

We zijn ons als mens bewust van onze sterfelijkheid – dat is onderdeel van het mens-zijn. We worden, zoals de schrijver en existentieel filosoof Irvin Yalom het beschrijft, “ons leven lang overschaduwd door de kennis dat we groeien, bloeien en uiteindelijk verschrompelen en doodgaan.”

Er komt steeds meer onderzoek naar de overweldigende angst die onze onvermijdelijke dood, en de onzekerheid van het moment waarop we doodgaan, kan veroorzaken. Met hulp van een theorie uit de sociale psychologie, genaamd de terror management theory (TMT), kunnen we beter begrijpen hoe deze angst ons gedrag en zelfbewustzijn beïnvloedt.

Volgens deze theorie zoeken we naar een manier om ons leven meer betekenis te geven, om zo meer controle te krijgen over onze angst voor de dood. We focussen ons op persoonlijke prestaties en die van onze geliefden; we nemen eindeloos foto’s om herinneringen onuitwisbaar te maken; we gaan naar de kerk en geloven in leven na de dood. Dit soort gedrag is goed voor ons zelfvertrouwen en geeft ons het gevoel dat we sterk staan tegenover de dood. Maar in periodes van stress kan dit voor sommige ook uitgroeien tot ineffectieve en pathologische copingmechanismen.

Deze mensen verdraaien hun angst voor de dood tot een angst voor iets waar ze meer controle over hebben, zoals spinnen of bacillen. Dit soort fobieën lijken veiliger en beter te controleren dan de angst voor de dood.

Klinkt wel logisch, want als we eens goed kijken naar de symptomen van verschillende fobieën, komt de angst voor de dood steeds weer om de hoek kijken. Als kinderen last hebben van verlatingsangst, gaat dit vaak samen met een buitenproportionele angst voor het verliezen van hun meest geliefde personen – zoals ouders of andere familieleden – door auto-ongelukken, rampen of ziektes.

Compulsieve checkers zijn altijd bezig met het checken van hun stopcontacten, gasfornuis en sloten om zo schade of letsel te voorkomen. Compulsieve handenwassers zijn vaak bang om besmet te raken met een dodelijke ziekte.

Mensen met een paniekstoornis gaan vaak naar de dokter, omdat ze bang zijn om dood te gaan aan een hartaanval. En mensen met een somatoforme stoornis, die vroeger ook wel hypochonders werden genoemd, vragen regelmatig om medische tests en bodyscans uit angst voor gevaarlijke aandoeningen.

Specifieke fobieën kenmerken zich door een buitenproportionele angst voor hoogtes, spinnen, slangen en bloed – allemaal dingen die we met de dood associeren. Als iemand in paniek raakt bij het zien van een spin, bijvoorbeeld, zal hij waarschijnlijk geschrokken opspringen, gaan gillen en trillen. Sommige onderzoekers denken dat deze extreme reacties eigenlijk een weerspiegeling zijn van een redelijke reactie op iets dat echt gevaarlijk is, zoals iemand die voor je neus staat met een geweer.

Nog meer bewijs voor de TMT-hypothese komt van studies die laten zien dat angst voor de dood andere fobieën kan verergeren. Deze studies gebruiken de populaire techniek “mortality salience induction” waarmee ze angst voor de dood primen bij mensen met verschillende angststoornissen. Dit primen gebeurt door deelnemers uitgebreid te laten beschrijven wat voor emoties ze voelen bij de gedachte aan hun eigen dood, en wat er volgens hen vlak voor en na hun dood zal gebeuren.

Mensen met een spinnenfobie bleken na het primen nog banger te zijn geworden voor spinnen. Vergeleken bij andere mensen met een spinnenfobie, die nooit waren geprimed, was hun angstrespons op spinnenplaatjes sterker. Een soortgelijk effect werd gezien bij compulsieve handenwassers: die gingen na het primen nog compulsiever hun handen wassen. Mensen met een sociale fobie bleken sociale gelegenheden nog meer te ontwijken. En na de confrontatie met hun onvermijdelijke dood zagen ze in vrolijke en boze gezichten meer dreiging – omdat deze een oordeel uitstralen – dan neutrale gezichten.

Is het normaal om bang te zijn voor de dood?

We gaan allemaal een keer dood, en het is heel normaal om daar een beetje bang voor te zijn. Bij de gedachte aan de dood, krijgen de meeste van ons vooral angstige gevoelens over de scheiding, verlies, pijn en het achterlaten van onze geliefden.

Volgens de TMT geeft deze angst ons de kracht om het leven goed te leven. Het stimuleert ons om degene die we liefhebben te koesteren, fijne herinneringen te maken, onze dromen na te jagen en onze capaciteiten te benutten.

De angst voor de dood wordt pas abnormaal als het pathologische gedachten en gedrag veroorzaakt die ons normale dagelijkse leven beperken. Veel obsessieve-compulsieve handenwassers en checkers besteden iedere dag uren van hun tijd aan het ritualistische gedragspatroon dat ze hebben ontwikkeld om het gevaar op bacillen, viezigheid, brand of inbraak voor henzelf en hun geliefden te beperken. Veel mensen met een fobie zijn bereid om ver, soms heel ver te gaan om de confrontatie met hun angsten te vermijden. En als hun fobie ze echt gaat hinderen in hun dagelijks functioneren, is deze angst niet meer “normaal” te noemen.

Behandelingen als cognitieve gedragstherapie moeten zich daarom misschien meer richten op de angst voor de dood. Anders zullen angstige mensen hun leven lang gekweld worden door het dat ultieme zwaard van Damocles dat ze boven het hoofd hangt, totdat het te laat is.

-

Lisa Iverach is een emeritus-onderzoeker bij de afdeling psychologie van de Macquarie University en onderzoeker aan de University of Sydney in Australië. Rachel Menzies is een PhD-student in de klinische psychologie en Ross Menzies is hoogleraar aan de University of Sydney.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij The Conversation. Lees hier het originele artikel.