Foto's door Sabine Rovers

Een middagje in therapie bij de bekendste psychiater van Nederland

Ik had me nog zo voorgenomen vandaag niet te gaan zitten blèren.

|
mrt. 15 2018, 3:39pm

Foto's door Sabine Rovers

Sinds zijn optreden bij Zomergasten is Glenn Helberg misschien wel Nederlands bekendste psychiater. Helberg is ook te zien in het VICELAND-programma The Therapist, waar hij elke aflevering met een andere bekende Nederlander in gesprek treedt. Reden voor Tonic om ook een van onze redacteuren een therapiesessie te laten ondergaan bij Glenn.

Toen we op de redactie kort overlegden wie van ons het gesprek aan zou gaan, viel de keuze al snel op mij: ik heb in mijn leven al een behoorlijk aantal psychologen en een sporadische psychiater versleten, en schaam me eigenlijk zelden voor m’n privéleven.

Op een zonnige maar frisse zaterdagmiddag meld ik me bij Glenns kantoor in Amsterdam. Glenn, een lange gestalte met een lief gezicht, doet de deur open en laat me binnen in zijn spreekkamer. Al meteen bij mijn binnenkomst heeft Glenn een vreemde, rustgevende werking op me: goed teken, want dat kan ik lang niet van iedere psycholoog – en sporadische psychiater – door wie ik de afgelopen jaren geholpen ben zeggen.

“Hoe voel je je op dit moment?” vraagt hij, vlak nadat we zijn gaan zitten. “Goed, rustig,” antwoord ik. “Heb je echt gevoeld?” Ik antwoord bevestigend: ik voel me oprecht kalm, maar uit Glenns intonatie leid ik wel af dat het niet zo makkelijk zal zijn hem om de tuin te leiden. Niet alsof dat per se mijn intentie is, maar ik ben het wel gewend dat wanneer ik geen zin heb om over een bepaald onderwerp te praten met mijn therapeut ik me daar vrij makkelijk een weg omheen kan lullen.

Wanneer Glenn me vraagt of ik één specifieke vraag wil bespreken gedurende mijn sessie – zoals in een aantal afleveringen van The Therapist wel het geval is – zeg ik nee: ik heb momenteel geen prangende levensvragen die ik graag beantwoord zou zien. Het lijkt mij het beste om maar gewoon van wal te steken over wat me momenteel allemaal bezighoudt, en hem wat over mijn levensgeschiedenis te vertellen.

Ik val met de deur in huis en zeg dat ik op dit moment in dubio ben over of ik moet gaan emigreren of niet: Nederland voelt al jaren niet meer als thuis, en ik zou in februari aan een masteropleiding kunnen beginnen in Zuid-Afrika. Ik ga verder, over hoe ik bang ben dat ik in een geheel nieuwe omgeving makkelijker terug zal vallen in mijn depressieve episodes en eetgestoorde gedrag, omdat er – zeker in het begin – geen sprake zal zijn van een sociaal vangnet. “Op zich is dat een heel reële vraag om jezelf te stellen,” antwoordt Glenn. “Tijdens zo’n faseovergang ben je kwetsbaarder, dus dat je hierover nadenkt is helemaal niet raar. Je zou kunnen zeggen dat de diagnose is dat je een tijdlang wat kwetsbaarder zult zijn, omdat je geen beschermjas hebt.”

Glenn gaat verder: “De vraag is dan hoe je veiligheid creëert. Heb je daar al over nagedacht?” “Ja,” antwoord ik. “Ik zou daar dan moeten beginnen met het opbouwen van een sociaal netwerk.” Iets wat op zich geen probleem is, maar ik ben bijzonder goed in alleen zijn. Zet mij een jaar lang in een ondergrondse kelder waar ik in alle rust post mag sorteren, en ik vermaak me prima.

We praten verder over hoe ik voor mezelf een veilige omgeving kan creëren, hoe mijn depressies en eetstoornis altijd als duivels team hebben samengewerkt wanneer het slecht met me ging, over mijn vriend en het gebrek aan communicatie binnen onze relatie, en hoe ik de neiging heb terug te vallen in dat ongezonde gedrag wanneer ik veel stress ervaar. Ik vraag Glenn of het in zijn optiek mogelijk is om ooit volledig te genezen van een depressie. Nadat ik mijn situatie wat breder uitgemeten heb en duidelijk wordt uit hoeveel hoeken ik momenteel stress ervaar, zegt hij: “Je weet nu in ieder geval dat je in een situatie zit waarin de kans om helemaal terug te vallen vrij groot is. Dat is eigenlijk de theoretische kant van de vraag die je mij nu stelt. Je weet dat jouw ingesleten reactie op een dergelijke situatie bijvoorbeeld problematisch eetgedrag is.”

Ik knik instemmend, want ik weet dondersgoed dat hij gelijk heeft. “Wat doen mijn woorden met je, wat is het effect op jou?”, vraagt Glenn met een begripvolle blik. Ik vertel dat hij bevestigt wat ik al dacht, maar dat het vrij confronterend is wanneer iemand die daadwerkelijk verstand heeft van zaken je daarop wijst. “Het vergroot de noodzaak om er iets mee te doen – iets wat ik nu eigenlijk erg uit de weg ga,” leg ik uit.

"Als je iets aan de situatie wil veranderen, moet je niet alleen zorgen dat er interactie plaatsvindt tussen jou en andere mensen, maar ook tussen jou en jou."

“Je zegt dat je jezelf goed kent, maar nu is de vraag: wat ga je met die inzichten doen? Of je er iets mee wíl doen, is natuurlijk weer iets anders. Die keuze is aan jou,” reageert hij. “Als je iets aan de situatie wil veranderen, moet je niet alleen zorgen dat er interactie plaatsvindt tussen jou en andere mensen, maar ook tussen jou en jou. En binnen jou en jou maak jij nu iedere keer de keuze om jezelf de rug toe te keren.”

Ik stem in met het doen van een oefening. Met een kalme stem vraagt Glenn of ik m’n ogen dicht wil doen, en mezelf als kind wil visualiseren. Vervolgens vraagt hij me de setting waarin ik mezelf terugzie te beschrijven. “Ik ben vijf jaar, zit alleen in mijn oude slaapkamer, op m’n bed – en ik weet niet helemaal hoe ik een geheimpje dat ik al best lang met me meedraag aan mijn ouders moet vertellen.” Hier wilde ik het dus helemaal niet over hebben, maar op de een of andere manier schijnt Glenns integriteit als een soort halo om hem heen, en ik vind het lastig om tegen hem te liegen. Dan maar open kaart spelen. Zolang ik maar niet begin te huilen, vind ik het wel best.

Glenn bouwt de oefening op zo’n manier op, dat mijn tegenwoordige zelf mijn voormalige zelf zal moeten troosten, maar dat loopt iets anders dan gepland. “Wat zeg je tegen dat meisje, dat daar op haar bed zit?”, vraagt hij op een aardige toon. “Dat ze het geheimpje beter voor zich kan houden. Dat het eerst allemaal nog veel erger gaat worden, maar uiteindelijk zal ze er een weg in vinden,” zeg ik plompverloren. “Kijk naar haar reactie en bedenk of dat helpende woorden zijn”, vraagt Glenn zich bedenkelijk af, waarop ik moet lachen. Nee, misschien niet helpend – maar wel de realiteit.

Hij vraagt door over het geheimpje dat ik destijds met me meedroeg, een onderwerp waar ik het nog steeds liever niet over heb. Als peuter ben ik een aantal jaar consequent seksueel misbruikt door een jongetje dat iets ouder was dan ik, iets waar ik later in mijn leven altijd veel last van heb gehad – deels omdat ik het altijd weggestopt heb, en ik later last begon te krijgen van flashbacks. Misschien was het misbruik zelfs wel deels de oorzaak van het feit dat ik uiteindelijk ziek ben geworden.

Ik zit nog steeds met mijn ogen dicht. “Wat doe jij nu, nu het meisje in die kamer op haar bed ligt te huilen?” vraagt Glenn verder. “Ik wil weg, de deur achter me dicht doen.” Het is te confronterend om zo met mijn neus op het verleden gedrukt te worden. Ik had me nog zó voorgenomen niet te gaan zitten blèren tijdens deze therapiesessie, maar dat blijkt nu een ijdele wens. Vanochtend voor niets die eyeliner zo zorgvuldig opgedaan.

“Waarom voel je je nu zo kwetsbaar, nu je je tranen laat zien?” “Omdat ik mensen liever geen inzicht verschaf in m’n hoofd, meestal heeft dat geen fijne consequenties,” vertel ik. “Al is dat in een sessie als deze natuurlijk vrij onvermijdelijk.” Glenn zegt dat het hem opviel hoe hard ik me opstelde naar mezelf als kind. “Je zegt niet iets in de trant van: kom bij me, ik troost je. Toch heb je nu een belangrijke eerste stap gemaakt: je hebt het kind in jezelf erkend.” Hij concludeert dat ik, wanneer ik me in een nare situatie bevind, ik toch vooral ‘verdraag’. “Je troost jezelf niet: jouw copingmechanisme is jezelf terugtrekken,” gaat hij verder.

Ik vertel Glenn dat het feit dat ik tijdens de oefening de deur achter mezelf sloot en weigerde mezelf te troosten, veroorzaakt werd door de negatieve associaties die ik door het misbruik aan lichamelijke aanrakingen gelinkt heb. “En dat terwijl een van de dingen die we nodig hebben in het leven toch echt aanraking is. Dat is een van de manieren waarop vertrouwen ontstaat,” benadrukt hij.

Met een vol hoofd en een berg aan nieuwe inzichten sta ik weer buiten.

Ik leg uit dat ik het ergens mezelf kwalijk neem dat ik voor mezelf niet gewoon een punt achter het misbruik heb kunnen zetten. Het frustreert me al tijden dat het me blijft achtervolgen. We praten nog even door over de manieren waarop het patroon van verdragen zich telkens lijkt te herhalen in mijn leven. “Werkelijk gaan begrijpen wat voelen is, en werkelijk gaan begrijpen wat pijn is – dat is nu van belang. Werkelijk gaan begrijpen hoe je voorzichtig dichterbij jezelf kunt komen, meer mededogen voor jezelf tonen. Langzaamaan beginnen te voelen dat je jezelf moet troosten. Liefde leren opbrengen voor jezelf, en jezelf niet langer veroordelen. ‘Lief’ lijkt hier het keyword te zijn.” Al eerder in het gesprek heb ik bij hem aangegeven dat ik niet per se zin heb de hele mallemolen aan professionele hulpverlening weer in te gaan, en hij zegt tegen me: “Daar zul je een weg in moeten vinden – of dat nu met een psycholoog is, of niet.”

We sluiten af met een ademhalingsoefening. De tering, ik had niet verwacht dat dit zo heftig zou gaan worden. Ik bedank Glenn voor de sessie, hij bedankt me hartelijk voor mijn openheid, en dan zit het er weer op. Ik sta met een vol hoofd maar een berg aan nieuwe inzichten weer buiten. Het is wel duidelijk dat deze sessie het nodige bij me heeft losgemaakt.

Inmiddels zijn we een paar dagen verder, en ik heb mezelf voorgenomen opnieuw op zoek te gaan naar een therapeut. Eentje die me net als Glenn weet te ‘corneren’, waardoor ik de confrontatie met mezelf wel aan moet gaan. Ik hoop dat mijn verhaal, en de bekende Nederlanders die met de billen bloot gaan in The Therapist, andere mensen mogelijk in doen zien dat er niets schaamtevols is aan therapie volgen. Er zouden hele volksstammen bij gebaat zijn wanneer het stigma op psychologische hulpverlening zoeken eindelijk een keer verbroken wordt.