Illustratie door Nanna de Jong

Is het mogelijk om volledig te genezen van een eetstoornis?

Het eetgestoorde stemmetje in mijn hoofd praat nog steeds tegen me – dag in, dag uit.

door Charlotte Simons; illustraties door Nanna de Jong
|
jan. 29 2018, 3:36pm

Illustratie door Nanna de Jong

Niet alle eetstoornissen zien er hetzelfde uit; en zeker niet alle zijn zichtbaar.

Na rond mijn twaalfde boulimia ontwikkeld te hebben en jarenlang ontkend te hebben dat ik ziek was, organiseerden mijn ouders op mijn zeventiende een interventie: mijn eetstoornis had niet alleen mijn eigen leven overgenomen, maar ook dat van mijn familie. Ik was klinisch depressief en werd getergd door suïcidale gedachten. Als ik foto’s terugzie uit die tijd, schrik ik nog altijd: de lichtjes in mijn ogen leken gedoofd. Ik was niks, een leeg omhulsel, een wandelend lijk (maar wel eentje met een normaal BMI). Ik ging een intensief behandelingstraject in bij een gespecialiseerde kliniek voor eetstoornissen. Na een paar maanden vertrok ik weer – verre van genezen, maar wel met een hoop vergaarde zelfkennis en genoeg zelfvertrouwen om mijn vwo af te kunnen maken.

Inmiddels ben ik 26, werk ik fulltime bij VICE, heb ik een leuk appartement en een netwerk aan lieve vrienden opgebouwd. Officieel ben ik genezen verklaard en ik voldoe ook niet meer aan de criteria om als boulimiapatiënt bestempeld te worden, maar van het eetgestoorde stemmetje in mijn hoofd lijk ik geen afstand te kunnen doen. En ze praat nog steeds tegen me – dag in, dag uit. Wel heb ik aangeleerd hoe ik haar op de meest effectieve manier kan negeren. Stress is nog altijd mijn grootste struikelblok: als ik mentaal overbelast raak, is het eerste copingmechanisme waar ik naar neig braken en laxeren – al geef ik er uiteindelijk nog maar zelden aan toe.

Ik denk niet dat ooit helemaal genezen zal zijn. En ik vraag me af hoe dat is voor andere ex-patiënten.

“Op mijn dertiende leerde ik braken,” vertelt Rose* (25) me. Ze is een van de vele voormalige patiënten die reageren op mijn oproepje voor dit stuk. Rose werd op haar 13e gediagnosticeerd met anorexia nervosa, vertelt ze. “Dat heb ik naar mijn idee gehad tot ik ongeveer 17 was. Ik kreeg de diagnose ‘anorexia purgerend’ – ik had niet het gewicht van een boulimiapatiënt [boulimiapatiënten hebben meestal een normaal gewicht, red.], terwijl ik wel het gedrag vertoonde. Na een aantal jaar zijn mijn gewicht en eetpatroon gestabiliseerd en sindsdien heb ik een fijn leven ontwikkeld.”

"Dan lig ik daarna op de bank en denk ik: ‘Ik zou nu ook kunnen overgeven.’ Ik handel hier alleen niet meer naar. "

Als ik haar vraag of ze zichzelf als genezen ziet, zegt ze: “Het ligt er maar net aan wat je onder die term verstaat. Voor mij betekent genezing dat ik ongestoord kan eten, zonder me daar schuldig over te voelen – een balans van gezond eten, maar ook af en toe troep bestellen via Deliveroo of Uber Eats. Genezing houdt naar mijn idee in dat ik mijn lichaam zie zoals het is, dat ik niet langer een vertekend beeld in de spiegel zie. Dat ik mezelf met liefde behandel en goed voor mezelf zorg. Maar ook dat ik niet te veel eet of mezelf uithonger, en altijd luister naar wat mijn gevoel zegt.”

Rose vervolgt: “Ik heb geleerd dat bijna elke vrouw in deze maatschappij met haar figuur bezig is; als ik dus na de feestdagen bij mezelf denk dat het de komende week wel even wat minder mag, hoeft dat niet per se in het hokje ‘eetgestoord’ gepropt te worden. En ja, ik heb soms nog eetgestoorde gedachten en zou soms nog steeds heel dun willen zijn, en daarmee alle aandacht opeisen. Als ik ‘s avonds thuis kom van werk en ik heb lekker voor mezelf gekookt, eet ik soms nét te veel. Dan lig ik daarna op de bank en denk ik: ‘Ik zou nu ook kunnen overgeven.’ Ik handel er alleen niet meer naar. Er zijn zoveel leukere dingen dan mijn eetstoornis.”

Ze concludeert: "Toen ik 13 was en net gediagnosticeerd met anorexia, vertelde een psychiater me: 'Rose, als jij nú gemotiveerd aan je behandeling begint, dan heb je grote kans op een goede genezing'. Eigenwijs als ik was, had ik daar lak aan – en pas nu, twaalf jaar later, begrijp ik wat hij bedoelde. Als je jezelf zó lang een bepaald gedrag aanleert en op een bepaalde manier denkt, dan wordt het onderdeel van je. Of je helemaal genezen kunt, weet ik eigenlijk niet. Misschien klinkt dat heel somber, maar zo zie ik het niet. Persoonlijk vind ik het niet erg om te moeten leven met die 'restjes' van mijn eetstoornis, en daarmee bedoel ik niet dat ik ze wil behouden – dit is slechts 0,001 procent van wat er nog over is van de eetstoornis die ik ooit had, dus ik ben tevreden."

“Ik hou voor mezelf heel andere en strengere maatstaven aan dan wanneer ik naar iemand anders kijk.”

Bij Sanne* (24) zijn de restjes van haar eetstoornis minder aanwezig dan bij Rose, maar nooit helemaal verdwenen. "Aan de ene kant ben ik ergens volledig genezen, omdat ik mezelf nooit meer laat overgeven en ook niet meer de behoefte voel om dit wel te doen. Aan de andere kant merk ik dat, wanneer ik in de spiegel kijk, mijn vetjes me toch vaak als eerste opvallen – wat eigenlijk best gek is, want ik ben heel blij met hoe ik er nu uitzie en ben helemaal voor body positivity.” Sanne vertelt me dat ze vanaf de brugklas tot ongeveer het begin van haar zesde jaar op de middelbare school aan boulimia leed. “Maar als ik realistisch ben, houd ik voor mezelf denk ik toch heel andere en strengere maatstaven aan dan wanneer ik naar iemand anders kijk."

"Laatst bewerkte ik bijvoorbeeld een foto van mezelf om mijn buik een beetje kleiner te maken, terwijl dat echt totaal niet nodig was – en toen realiseerde ik me opeens dat die eetstoornismentaliteit kennelijk nooit helemaal uit mijn systeem is verdwenen. Ik vond dat zo’n gekke gewaarwording, omdat ik mezelf er altijd van overtuigd had dat ik helemaal oké was – en opeens betrapte ik mezelf op zoiets onbenulligs als een foto bewerken." Volgens Sanne is dit de enige manier waarop ze momenteel nog last heeft van haar eetstoornis: “Ik ben op dit moment heel gelukkig en denk niet dat ik nog een terugval zal hebben, maar ergens betwijfel ik of ik ooit helemaal kan stoppen met focussen op mijn uiterlijk – en die mindset maakt natuurlijk ook onderdeel uit van de boulimia."

Over een eetstoornis heenkomen lijkt dus niet hetzelfde te zijn als ‘helemaal genezen’. Binnen de klinische wereld verschillen de meningen over deze kwestie nogal, blijkt als ik contact opneem met meerdere deskundigen. "Volgens de DSM-5 ben je hersteld als je voedselinname en je gewicht normaal zijn voor je leeftijd, lengte en geslacht," vertelt Isabelle Plasmeijer van ISA Power me, een coachingbureau voor kinderen en volwassenen met een eetstoornis dat zowel in Nederland als België actief is. Zelf is ze ook ervaringsdeskundige. "En ook als het in je hoofd rustig is, dus als de angst om aan te komen is verminderd. De karaktereigenschappen die ooit fundamenteel zijn geweest bij het ontstaan van de eetstoornis – hoogsensitiviteit en perfectionisme, bijvoorbeeld – blijven natuurlijk, maar hoe je met die gevoeligheden omgaat kan veranderen. Het copingsmechanisme, de eetstoornis dus, kan daarmee verdwijnen."

"In het mensenbrein is altijd een preoccupatie met eten, het is een van onze eerste levensbehoeften."

Zelf heeft Isabelle zo’n vier tot vijf jaar lang een eetstoornis gehad, vertelt ze. “Uiteindelijk heb ik de stempel eetstoornis NAO gekregen. Een therapeut heeft weleens tegen me gezegd: 'Je zult er nooit vanaf komen'. Als je zo je therapie begint, zakt de moed al in je schoenen; het is vechten tegen de bierkaai. Wij zeggen tegen onze cliënten: je kunt het wél overwinnen, je kunt er wél vanaf komen. Alle coaches in mijn team geloven ook 100 procent in genezing."

"En natuurlijk zul je nog wel eens nadenken over eten,” zegt Isabelle. “Maar dat hoeft niet per se een uiting van de eetstoornis te zijn: in het mensenbrein is er altijd wel sprake van een preoccupatie met eten, het is een van onze eerste levensbehoeften. Als ikzelf nu gedachten heb over eten, noem ik dat gezond boerenverstand. Er is geen sprake van een schuldgevoel."

Het probleem zit ‘m vaak in te weinig nazorg, als een patiënt vroeg stopt met een behandeling. Wanneer ze merken dat ze zich niet meer schuldig voelen wanneer ze hebben gegeten, bijvoorbeeld. “Door de vooruitgang die ze geboekt hebben, voelen ze zich vrijer – en stoppen ze met therapie.” Veel ervaringsdeskundigen die zeggen nooit helemaal van hun eetstoornis te zullen genezen, hebben volgens Isabelle de kern van het probleem, de oorzaak van de eetstoornis niet helemaal opgelost. “Je moet willen nagaan welke emotionele patronen er ten grondslag liggen aan jouw eetstoornis, én ze durven opgeven. Vaak is dat opgekropte boosheid, of een schuldgevoel – emoties die als thuishaven fungeren, waar je naar terugkeert in tijden van stress en vermoeidheid. Wat jouw definitie is van genezing, is ook waar jij je bij neerlegt."

Maar daarover zijn de experts het niet eens. “Het is een heel lastige vraag,” zegt Noortje White, cognitief gedragstherapeutisch werker bij Novarum. “Of genezing mogelijk is, is van een heleboel factoren afhankelijk. De ernst van de eetstoornis, hoe lang de patiënt al ziek is, hoe die is ontstaan, hoe de instandhoudende factoren van de eetstoornis op dat moment zijn, in welke mate de patiënt aan de behandeling is toegewijd – zet diegene alles op alles om een gedragsverandering te realiseren? Als dat allemaal goed zit, zien we wel dat mensen echt van hun eetstoornis afkomen."

Ik vertel haar over mijn eigen situatie, leg uit dat ik genezen verklaard ben, maar nog regelmatig neiging tot terugval heb – voornamelijk als ik last heb van stress. Ook van het eetgestoorde stemmetje in mijn hoofd lijk ik nooit helemaal af te kunnen komen. Kan ik dan wel zeggen dat ik genezen ben? Noortje legt uit: "Het ligt er maar aan wat je onder genezing verstaat. Je kunt er van uitgaan dat er altijd een bepaalde kwetsbaarheid omtrent eten zal blijven bestaan. Bij grote levensgebeurtenissen – je gaat bijvoorbeeld trouwen, verhuizen, of scheiden – is de kans groter dat je weer in je oude patroon vervalt en je opnieuw gedragingen vertoont die bij de eetstoornis horen."

"De vraag is of het lukt om daar vervolgens een weg in te vinden. Misschien bega je een aantal misstappen, je braakt bijvoorbeeld een keer, maar dat betekent nog niet dat je weer terug bij af bent. Wel is het van belang dat je op tijd hulp inschakelt."

Als laatste spreek ik Renske* (26), die tot twee jaar geleden ruim vijf jaar last heeft gehad van boulimia en orthorexia. "Ik ben nooit officieel genezen verklaard, maar merk wel veel verbetering." Ze leerde beter op haar intuïtie te vertrouwen wat eten betreft, al is ze nog steeds niet helemaal tevreden over haar lichaam. “Ik vang eetgestoorde truukjes bij andere mensen heel snel op, omdat ik ze zelf ooit ook toepaste. Ik tel het aantal calorieën dat ik binnenkrijg niet meer, maar ik kan nog steeds van elk ingrediënt vertellen wat de gezondheidsvoordelen en voedselwaarden zijn, en vooral hoeveel calorieën het bevat. Het verschil is alleen dat ik me er niet meer druk om maak."

Ze is nooit meer helemaal de oude geworden. "Ik word bijvoorbeeld heel boos als mensen opmerkingen maken over elkaars gewicht, of als ik mensen hoor vertellen over hun dieet. Ik sla gelukkig geen eetafspraken meer af, omdat er iets ongezonds of calorierijks op het menu staat. Dat deed ik vroeger wel, en dan belde ik van tevoren met restaurants om het menu door te bespreken. Heel vervelend, als ik er nu op terugkijk."

"Wanneer ik zulke momenten heb, zoek ik altijd feministisch getinte instagramaccounts op, of profielen van plussize modellen."

Renske vertelt dat ze vaak zelfdestructief gedrag vertoont wanneer ze bijvoorbeeld liefdesverdriet heeft: “Dan begin ik minder te eten, bijvoorbeeld, maar dat gebeurt gelukkig niet zo vaak. Mijn moeder is verder altijd al heel gefixeerd geweest op gezondheid, uiterlijk en schoonheidsidealen. Zij kan me dan ook heel makkelijk raken door dingen te zeggen als: 'Ik zou oppassen met dat bakje chips.' En mijn allergrootste valkuil zijn misschien wel spiegels in pashokjes. Standaard kom ik daarna met een heel vertekend en slecht zelfbeeld naar buiten. Wanneer ik zulke momenten heb, zoek ik altijd feministisch getinte instagramaccounts op, of profielen van plussize modellen – en dat werkt meestal wel goed."

Ik ben ook benieuwd hoeveel mensen uiteindelijk herstellen van hun eetstoornis, volgens de definitie van herstel die Novarum aanhoudt. Noortje White legt uit: "Tweederde van de eetstoornispatiënten komt er goed uit. Dat betekent niet dat ze nooit meer een eetbui hebben, nooit meer eten zullen minderen en nooit meer ergens over zullen piekeren; in onze ogen houdt genezing in dat iemand een 'normaal' leven kan leiden – dat wil zeggen dat diegene er relaties op nahoudt, kan werken, een studie kan volgen, et cetera. Een goede kwaliteit van leven, in plaats van een leven dat overheerst wordt door de eetstoornis. En natuurlijk zijn er ook mensen die nooit van hun eetstoornis genezen. Wij hebben het dan over LES, dat staat voor 'langdurige eetstoornis'."

Ik besluit de kennis van nog één professional in de klinische wereld in te schakelen. "Wij zijn ervan overtuigd dat je volledig kunt genezen. Zelf ben ik ook volledig hersteld," vertelt Charlotte Gies, als ervaringsprofessional werkzaam bij Human Concern. "Vaak wordt er bij genezing van uitgegaan dat je ook volledig symptoomvrij bent en dus nooit meer problemen zal hebben met eten – terwijl dat volgens ons juist heel erg vanuit het stoornisdenken geredeneerd is. Wij kijken meer naar hoe de cliënt op verschillende gebieden herstelt. Niet alleen de symptomen van de eetstoornis moeten worden bestreden, er moet een nieuwe manier van denken ontstaan: het positieve gezondheidsdenken."

“Door aan je onderliggende problematiek te werken, leer je hoe je als mens in de maatschappij staat, net zoals iedereen dat moet leren. Eetstoornissen worden door cliënten ingezet om met moeilijke situaties om te gaan, en het is belangrijk dat ze aanleren hoe je dat op een gezonde manier kunt doen.”

“Een perfecte staat van menszijn, zonder terugvallen en moeilijkheden, daar geloof ik inderdaad ook niet in.”

Ik heb voor mezelf inmiddels besloten dat ik vrede moet hebben met het feit dat ik altijd een zekere focus op eten zal behouden, die in tijden van stress soms naar het negatieve neigt. Hier kan ik goed mee leven, en neiging tot terugval houdt me ook alert: zijn er overheersende stressfactoren in mijn leven? Moet ik misschien iets rustiger aandoen, en wat tijd voor mezelf nemen? Ik hoop, en ben er eigenlijk van overtuigd, dat ik nooit meer zal afglijden naar het punt waarop ik me op mijn 16e bevond: daarvoor heb ik, met dank aan al die therapiesessies, te veel zelfkennis en inzicht in mijn ziektebeeld opgedaan.

"Wij zijn ervan overtuigd dat mensen volledig kunnen herstellen, alleen ligt het er maar net aan op welke manier je het bekijkt,” concludeert ervaringsprofessional Charlotte. “Een perfecte staat van menszijn, zonder terugvallen en moeilijkheden, daar geloof ik inderdaad ook niet in. Door juist de samenwerking met die moeilijkheden aan te gaan, ontdek je wat de betekenis voor jou is van de eetstoornissymptomen en leer je wat je wel en niet kan doen om ervoor te zorgen dat je een constructiever copingmechanisme inzet. Mijns inziens ben je dan wel hersteld, omdat je over het inzicht beschikt. Ex-eetstoorniscliënten kunnen ook heel handig gebruik maken van dit waardevolle inzicht, ze dragen eigenlijk een heel scherp en gevoelig instrument met zich mee, waarmee ze goed in kunnen schatten wanneer er een disbalans ontstaat."

Ze besluit: “Ik denk dat terugvallen in het herstellingsproces van je eetstoornis echt nodig zijn: zo ontdek je waar je moeilijkheden liggen, en waar je tegenaan loopt. Uiteindelijk levert dat een positieve bijdrage aan je herstel. Herstel is dus mogelijk, maar we zeggen ook altijd: herstel is niet een leven vrij van moeilijkheden."

Worstel jij met een eetstoornis en heb je hulp nodig? Je kunt landelijk direct terecht bij Korrelatie, Stichting Human Concern of ISA Power, of zoek een behandelaar bij jou in de buurt. Daarvoor heb je wel een verwijzing van je huisarts nodig.


* De namen van Rose, Sanne en Renske gefingeerd. Hun (echte) namen zijn bekend bij de redactie.