Is hardlopen echt het ultieme middel tegen burn-outs?

"Juist mensen met burn-outklachten zijn gewend om zichzelf voorbij te lopen. Hardlopen kost natuurlijk ook energie, dus je moet het goed doseren."

|
nov. 10 2017, 9:54pm

Juriena de Vries. Foto door Marc van der Kort

Burn-outklachten worden vaak veroorzaakt door een stressvolle baan of tegenslagen in de privésfeer, en ook karaktereigenschappen als extreme toewijding of neuroticisme kunnen het risico erop vergroten. Maar wat ook een rol speelt, is je levensstijl. Wie zowel geestelijk als lichamelijk fit is, is namelijk ook beter in staat om stress te verwerken.

Arbeids- en organisatiepsycholoog Juriena de Vries kan het weten, en niet alleen omdat ze zelf op een hoog niveau aan triatlon doet. Ze promoveerde in oktober van dit jaar aan de Radboud Universiteit op het verband tussen hardlopen en burn-outklachten. Volgens cijfers van het CBS heeft 1 op de 7 Nederlandse werknemers last van burn-outklachten. En aangezien lang niet iedereen zich houdt aan de beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad – wat neerkomt op zo’n 150 minuten per week matig intensief bewegen –, leek het De Vries niet meer dan logisch het verband tussen de twee te onderzoeken.

Ze concludeerde dat regelmatig een rondje hardlopen inderdaad een goed middel is om te voorkomen dat de dagelijkse spanningen te hoog oplopen. Toch moet je uitkijken dat je niet de andere kant uitschiet, want ook met sporten kun je al snel over je grenzen heengaan. "Mensen met burn-outklachten zou ik in ieder geval geen triatlon adviseren," vertelt ze.

“Mensen met burn-outklachten zou ik in ieder geval geen triatlon adviseren.”

De conclusie van haar onderzoek klinkt op het eerste gezicht misschien best logisch: weinig mensen zullen ontkennen dat sporten goed is voor je fysieke en mentale gesteldheid, en als je met veel stress te kampen hebt, kan het nooit kwaad om even een luchtje te scheppen.

Toch is het verband tussen lichaamsbeweging en het tegengaan van werkgerelateerde vermoeidheid nooit écht bewezen. In eerdere onderzoeken konden hier geen harde uitspraken over worden gedaan, bijvoorbeeld omdat er geen vergelijkingsgroep aanwezig was, of omdat er hooguit een correlationeel verband kon worden aangetoond – waarmee dus wel is bewezen dat er een verband bestaat, maar nog niet of dit verband ook causaal is. Mensen kunnen ook weinig bewegen juist doordat ze vermoeid zijn, maar daar werd nooit rekening mee gehouden.

Nu dus wel. Voor haar onderzoek maakte De Vries gebruik van bijna 200 proefpersonen, die allemaal studie- of werkgerelateerde vermoeidheidsklachten hadden; mensen die dus nog wel konden functioneren, en niet volledig opgebrand thuis zaten. De ene helft liet ze zes weken lang drie keer per week een hardloopsessie doen van een uur, de andere helft niet. Wat bleek? De deelnemers uit de hardloopgroep waren na afloop minder vermoeid, sliepen beter, konden zich beter concentreren en waren beter in staat hun werk te doen dan de controlegroep. Deze effecten hielden nog een tijdje aan, want ook twaalf weken na het begin van de proef hadden de proefpersonen er nog baat bij.

Hardlopen loont dus, bewijst De Vries hiermee. Maar wat nog niet helemaal zeker is, en waar volgende onderzoeken dan ook over zullen gaan, is waarom het werkt. Daar heeft ze zeker haar ideeën over, al het blijven speculaties. Ze legt uit: “Ik denk dat het een wisselwerking is tussen neurobiologische en psychische effecten. Door je in te spannen komen er stofjes in je hersenen vrij die je een voldaan gevoel geven, zoals adrenaline en serotonine, maar het helpt ook simpelweg om je hoofd leeg te maken, en je af te leiden van negatieve gedachten. En als je een bepaald doel nastreeft tijdens het sporten en je dat gestelde doel behaalt, kan het ook nog eens je zelfvertrouwen opkrikken.”

Juriena tijdens de verdediging van haar proefschrift. Foto door Theo Hafmans

In dat laatste zit ook meteen een valkuil. Want wie zich helemaal uit de naad loopt, vermoeit zichzelf des te meer. Tijdens het onderzoek moesten de deelnemers een tempo aanhouden waarop ze nog net een gesprek konden voeren – voor de één was dat zeven kilometer per uur, voor de ander wat meer. “Juist mensen met burn-outklachten zijn gewend om zichzelf voorbij te lopen. Hardlopen kost natuurlijk ook energie, dus je moet het goed doseren. Neem wielrenner Marianne Vos, die uiteindelijk in een burn-out belandde, omdat ze juist door het sporten te veel van zichzelf vroeg.”

Een goed advies is om de volgende ochtend te evalueren hoe je er fysiek voorstaat, legt De Vries uit. Ben je vermoeider wakker geworden, dan ben je misschien toch iets te hard van stapel gelopen.

Maar juist omdat niet iedereen evenveel gebaat zou zijn bij intensief sporten, moeten we ook geen al te sterke conclusies aan dit onderzoek verbinden, zo schreef psychotherapeut Carien Karsten. Niet iedereen heeft hetzelfde stresstype: sommige mensen voelen zich juist beroerder na een hardloopsessie. Wandelen zou beter zijn, dat geeft ook nog eens “minder kans op ziek worden,” aldus Karsten.

“Het gaat inderdaad te ver om te stellen dat hardlopen het állerbeste medicijn is tegen een burn-out,” zegt De Vries hierover. “Ik zag dat ook in een nieuwskop van De Gelderlander terugkomen, maar die stelling is wat te kort door de bocht. Het ligt er maar net aan wie je voor je hebt: gaat het om iemand met vermoeidheidsklachten, of iemand die al helemaal is uitgevallen?”

“Het gaat inderdaad te ver om te stellen dat hardlopen het állerbeste medicijn is tegen een burn-out. Het ligt er maar net aan wie je voor je hebt."

“Ook gedragstherapie werkt niet voor iedereen,” gaat ze verder. “Niets doet dat. En je moet klachten natuurlijk ook bij de bron aanpakken: als het probleem werkgerelateerd is, moet je ook daar de oplossing zoeken.”

De onderzoeksgroep van De Vries bestond uit mensen die weinig tot niets aan sport doen, en voor hen geldt in ieder geval dat een lage trainingsintensiteit helpt. Daaronder verstaat ze een paar keer per week ongeveer een uurtje hardlopen, en dan tussendoor af en toe wandelen. Is je conditie beter, dan kun je het tempo wat opschroeven en zijn die wandelpauzes minder nodig.

Ben je uiteindelijk toch tegen een burn-out aangelopen, dan is diezelfde lage trainingsintensiteit aan te bevelen, legt De Vries uit. “Als je eenmaal thuiszit met een burn-out, is het zeker geen goed idee om jezelf tijdens het sporten te overbelasten.”

Over wandelen gesproken: welke conclusies zijn daar eigenlijk over te trekken? Of fietsen, bijvoorbeeld? “We hebben voor dit onderzoek specifiek voor hardlopen gekozen, en dat heeft vooral een praktische reden,” zegt De Vries. “Je hebt er namelijk relatief weinig voor nodig. Wandelen, of sporten als fietsen en zwemmen zijn hier nog niet op onderzocht, maar ik kan me voorstellen dat de uitkomsten vergelijkbaar zijn.”

Het is een vraag die ze verder wil onderzoeken: wat is nou het specifieke aan hardlopen dat het ‘m doet? “Nu hebben we gekeken naar de vraag of het werkt; het volgende wat we willen weten is hoe, waarom en wanneer hardlopen werkt.”

Je leest het goed: ook wanneer het werkt. Nu onderzoekt ze bijvoorbeeld wat de effecten zijn van sporten tijdens de lunchpauze op het werk. En ze is nog op zoek naar deelnemers, mocht je daar warm voor lopen.

Woensdag 15 november organiseert Tonic Nederland de eerste editie van Tonic Talks (waarover je hier meer kunt lezen), die helemaal om burn-outs draait. Heb jij een prangende vraag omtrent burn-outs die je graag aan psychiater Witte Hoogendijk of arbeidspsycholoog Tosca Gort zou willen stellen? Stuur je vraag dan hier in, en misschien wordt-ie aankomende woensdag wel beantwoord.

Tonic is de nieuwe site over gezondheid van VICE. Volg ons op Facebook.