Ik kocht een vaste telefoon om mijn brein te redden

“Hoi, je spreekt met de enige millennial ter wereld die nog een huistelefoon heeft.”

|
nov. 22 2018, 2:57pm

Sydney Mondry

Ik werkte als social media editor en het heeft mijn hersens kapot gemaakt. Met ‘kapot’ bedoel ik niet dat ik het Twittervogeltje me in mijn dromen achtervolgde (al gebeurt dat ook), maar dat ik mij nergens meer op kon focussen. Twee jaar lang vereiste mijn werk dat ik om de zestig seconden mijn telefoon checkte, en dat had als gevolg dat ik nu niet langer een aflevering van mijn favoriete serie kan kijken, een maaltijd kan koken of een boek kan lezen zonder uit reflex om de paar minuten naar mijn telefoon te graaien. Ook ben ik een compulsieve schoonmaker, dus de momenten dat ik niet geneigd ben mijn Instagram te openen ben ik obsessief de non-existente rommel in mijn appartement aan het opruimen. Een bijzondere combinatie, ik weet het.

Ik ben me ervan bewust dat het klinkt alsof ik achter de geraniums zou moeten zitten als ik dit zeg, maar: mijn iPhone is de oorzaak van al mijn productiviteitsproblemen. Het opent de deur naar allerlei andere afleidingen. Het begon allemaal vrij onschuldig, eerst reageerde ik enkel op het notificatiegeluidje, maar al vrij snel pakte ik iedere keer als ik even mijn aandacht ergens niet bij kon houden onvrijwillig mijn telefoon op. En nu ben ik ondertussen al gewend om lange pauzes te nemen om alles te bekijken wat social media te bieden heeft. Een paar Instagram Stories doen het 'm niet voor me, met als gevolg dat het zo’n vijf keer meer tijd kost om mijn werk af te maken dan eerst.

Mijn werkdag als social media editor bestond uit het uitvoeren van een serie microtaken, zoals het schrijven van Facebook bijschriften of een tweet. Dit kostte me doorgaans niet meer dan tien minuten om te doen. Schrijven, plaatsen, herhalen. Of, om preciezer te zijn: Schrijven, plaatsen, mijn telefoon checken voor lezer-engagement, mijn telefoon checken voor e-mails, mijn telefoon checken voor berichten, en tot slot de hele cyclus nog een keer herhalen. Ik was een digitale muis die verdwaald rondjes rende in een experimenteel doolhof, op zoek naar een stukje kaas.

Het behouden van mijn concentratie is nogal belangrijk voor mij want ik ambieer een master in creatief schrijven. Na twee jaar gebruikersbetrokkenheid te analyseren, trolls te blokkeren en te reageren op eindeloze mailtjes, is mijn werk als social media editor eindelijk voorbij. Nu ben ik in een parallelle wereld beland waarin ik uren in mijn notitieblok moet schrijven, en met een boek in de hand en een potlood achter mijn oor het leven door zou moeten gaan.

Maar iedere keer dat ik ga zitten om te lezen of schrijven, word ik gemarteld door de gedachte dat ik mijn notificaties moet checken, of dat ik een kruimeldief moet bestellen op Bol.com of dat ik mijn kamer moet stofzuigen met de kruimeldief die ik op Bol.com heb besteld. Vervolgens gaat de stofzuig-pauze over naar een afwas-pauze, en de afwas-pauze gaat over naar een Facebook-pauze.

Dit is hoogstwaarschijnlijk de minst sexy aankoop die iemand van mijn leeftijd ooit heeft gedaan

Collega’s en vrienden hebben gesuggereerd dat ik mijn telefoon gewoon een keer uit moet zetten, wat ook een vrij simpele oplossing lijkt. Maar enkel de gedachte dat ik mijn telefoon uitzet brengt al genoeg stress met zich mee om mij mentaal werk-invalide te maken. Wat als mijn moeder me belt en m'n voicemail krijgt? Brrrr.

En zo kwam ik op het idee een vaste telefoon aan te schaffen. Ja, dat ben ik: de enige millennial ter wereld met een huistelefoon.

Ik begon al na twee weken van mijn studie achter te lopen door mijn misselijkmakende verslaving aan Instagram en andere technologische afleidingen, en ik kwam tot de conclusie dat ik zo niet verder kon. Ik bestelde een draadloze huistelefoon. Dit is hoogstwaarschijnlijk de minst sexy aankoop die iemand van mijn leeftijd ooit heeft gedaan. Ik schaam me er zo erg voor dat ik dit relikwie uit de jaren ‘90 achter een plant verstop in mijn kamer en de enige mensen die het nummer kennen zijn directe familieleden.

Maar weet je wat? Het helpt me daadwerkelijk te focussen. Als ik thuis ben, lukt het me om mijn iPhone uit te zetten en me te concentreren op mijn werk, zonder continu bang te zijn iets te missen. (Voor het geval dat je je afvraagt hoe vaak ik gebeld word: in totaal vier keer deze maand. Eénmaal door mijn moeder die mij vroeg wat ik aan zou doen naar de Bar Mitzvah van mijn neefje; één keer door een man die het verkeerde nummer had; en twee keer door een verwarde vrouw die overtuigd was dat zij steeds door mijn nummer gebeld werd.)

Maar hoewel ik nu veel minder mijn mobiele telefoon gebruik als ik thuis ben, is mijn telefoongebruik buitenshuis totaal niet minder geworden. Mijn verlangen om honderd keer per dag Twitter te bekijken is nog in volle kracht. En dus belde ik om advies te vragen (met mijn huistelefoon) Curtis Reisinger op, een klinische psycholoog en assistent professor op de Donald and Barbara Zucker School of Medicine. Hij kon niet bevestigen dat mijn brein daadwerkelijk stuk is, maar hij zei wel dat mijn neiging tot afleiding zoeken en de afhankelijkheid van mijn telefoon vaak voorkomt.

Om de gewoontes die onze creativiteit in de weg staan om te draaien, moeten we nieuwe creëren.

“Mensen krijgen paniekaanvallen wanneer ze hun telefoon uit moeten zetten. Het laat ze heel ongemakkelijk voelen,” vertelt hij. “Er is een bepaald gevoel van wanhoop en drang om terug te gaan naar social media en digitale interactie. Snapchat werkt bijvoorbeeld met reeksen ('streaks') berichten, het is zo ontworpen dat je snel moet reageren en up-to-date moet blijven.”

Reisinger vertelt me dat het aantal berichten dat wij ontvangen tegenwoordig waarschijnlijk 10.000 keer zo groot is dan onze grootouders “en dat is een lage schatting.” “Vroeger had je genoeg tijd om bij te komen. Er was altijd een veilige plek afgezonderd van berichten en informatie. Wanneer hebben wij die afzondering en rust vandaag de dag?” vraagt hij mij. “Waar is die veilige plek? We zijn 24/7 ‘online’ met weinig ruimte om tot rust te komen, en dat verandert ook de manier waarop je brein te werk gaat. Je bent continu in alerte staat.”

Deze ‘alerte staat’ waar velen van ons zich elke dag in begeven onttrekt het brein daadwerkelijk van glucose, een stofje dat nodig is voor creatieve of complexe gedachten. Dit verklaart waarschijnlijk waarom ik — en ieder ander die zich hierin kan vinden — moeite heeft om in een creatieve flow te komen. “Alle cellulaire functies in ons lichaam hebben brandstof om goed te werken. Voor het brein is dat brandstof glucose, een soort suiker,” zegt Reisinger. “De alert/alarm netwerken in het brein zijn bedoeld voor onze ‘overleving’. Als het brein gebruik maakt van zulke overlevingsnetwerken, ontvangt de rest van het brein minder glucose.” Hij voegt toe dat overlevingsnetwerken prioriteit hebben over andere netwerken in het brein — de delen van het brein die bedoeld zijn voor creativiteit, nieuwe dingen verkennen, herstel en pret hebben een veel lagere prioriteit.

Om de gewoontes die onze creativiteit in de weg staan om te draaien, moeten we nieuwe creëren. “Je kan je telefoon uitzetten en je vriend vertellen dat je offline gaat, maar je moet over die angst, die verslaving heen komen,” vertelt Reisinger. “Probeer je telefoon eens vijf minuten per keer uit te zetten. En dan tien minuten. Elke keer dat het lukt, geef je jezelf een mentaal schouderklopje. Het is net als sporten: je moet wat spieren kweken.”

Natuurlijk zal je niet gelijk al je telefoon-gerelateerde afleidingsproblemen oplossen door iets minder je telefoon te gebruiken op specifieke momenten. Soms neem je even pauze en als je net als ik bent, worden deze pauzes mogelijkheden om banale persoonlijke taken uit te voeren (boodschappenlijstjes maken, e-mails beantwoorden, je Insta-crush stalken), wat vervolgens al snel een uur van je tijd wegvreet.

De vraag is dus: hoe benutten we onze ontspanningsmomenten op een gezonde manier, in plaats van rondjes te rennen in het digitale muizendoolhof?

“Probeer van je pauze een moment van plezier en prikkeling te maken,” zegt Reisinger. “Ga eens buiten wandelen. Of probeer de rozijn-techniek: pak een rozijn met twee vingers vast en kijk ernaar — doe alsof je een alien bent en je nog nooit zoiets hebt gezien. Observeer, ruik en luister ernaar. Deze oefening maakt je bewuster van je omgeving en zorgt ervoor dat je nieuwigheid leert te waarderen.”

Mocht je een (on)verklaarbare rozijnenhaat hebben, voel je dan vrij deze oefening met een koekje of ander willekeurig voorwerp te doen. Denk er vooral aan om je overwerkte brein hier en daar wat rust te geven en hier en daar je telefoon uit te zetten, al is het maar voor vijf minuten. En vergeet nooit: voor twee tientjes heb je al een vaste huistelefoon.