angst

Emmy is als de dood voor onweer

Anderhalve procent van de bevolking lijdt aan onweerangst (ook wel astrafobie of astrapofobie). Zo ook Emmy Ruijven (27): “Ik checkte tien keer per dag de weersvoorspellingen.”

DoorEmmy Ruijvenzoals verteld aanLisanne van Sadelhoff

Foto door DesiDrew Photography via Getty Images

Onweer vind ik vreselijk. Die donder en dan daarna die lichtflits, brrr. Alsof de wereld vergaat. Míjn wereld vergaat dan in ieder geval. Ik heb al zo vaak op bed gelegen, huilend als een klein kind, zodra het buiten los ging.

Ik kan niet uitleggen waar die angst door is ontstaan. Mijn ouders hadden het niet, ik ben helemaal niet bang aangelegd… Ik ben ook nergens anders bang voor. Toch zat die angst voor onweer er al heel vroeg in. Het komt niet door het geluid alleen, want ik ben bijvoorbeeld niet bang voor vuurwerk – dat hebben wij mensen geproduceerd, dus dat kunnen we controleren. Filmpjes van felle bliksemschichten doen me ook niets: die zijn niet dodelijk, het staat op beeld en is dus al geweest. Maar als het as we speak boven mij onweert, zijn we allemaal totaal afhankelijk van de natuur en heb ik het gevoel dat ik beschermd moet worden. Dat er iets heel erg naars kan gebeuren. Dat we geraakt kunnen worden. En dan ga je gewoon dood, hè.

Als ik op het nieuws hoorde dat het zou gaan onweren, dan durfde ik niet naar school toe.

Ik kan me nog herinneren dat ik als klein meisje met mijn ouders in Frankrijk kampeerde. Daar waren heuvels en als het dan onweerde – wat best vaak zo was – bleef dat geluid zo eeuwig hangen. Vanuit je tentje is dat heel indrukwekkend. Ik was dan altijd heel bang, raakte totáál in paniek. Tijdens zo’n paniekaanval verkrampt mijn lichaam helemaal, de onrust jaagt door mijn lijf, ik begin te schreeuwen, zit hoog in mijn ademhaling, druk mijn oren dicht. Het enige wat toen op de camping – en thuis vaak ook – een beetje hielp was op bed gaan liggen, helemaal onder de dekens, geen énkele van mijn ledematen mocht buiten die deken bungelen. Bloedjeheet natuurlijk, maar daar was ik niet mee bezig.

Mijn ouders probeerden me te kalmeren, maar eigenlijk werd ik pas weer rustig als het onweer voorbij was. Mijn moeder begreep het wel, mijn vader kon zich moeilijk voorstellen wat er nou zo eng aan was. Mensen met astrafobie krijgen vaker te maken met onbegrip. Toch ben ik er nooit mee gepest, zijn er nooit grapjes over gemaakt op slaapfeestjes. Misschien omdat iedereen wist: Emmy is écht bang.

Het is mijn hele jeugd een ramp geweest. Als ik op het nieuws hoorde dat het zou gaan onweren, dan durfde ik niet naar school toe. Toen ik richting de puberteit ging werd het iets minder, wonderbaarlijk maar waar, maar het kwam keihard terug toen ik bij mijn oppaskinderen thuis was, waar de bliksem insloeg vlak bij een bliksemafleider. Ik zag een enorme vuurbal, heel surrealistisch, heel snel ook, voorbij zoeven. We hoorden een hard, raar gekraak. Dat verzin je niet hè, dat dat uitgerekend bij mij gebeurt. Ik begon te huilen en te gillen als een klein kind. Je kon me opvegen.

Het voelt gek dat iedereen om je heen rustig is en jij niet, al zeggen ze twintig keer tegen je dat je "gewoon moet chillen," dat er "niks aan de hand is."

Sinds dat moment was het hek van de dam. Ik begon obsessief het weer te checken online – kan ik vanavond rustig slapen, hoef ik niet bang te zijn? Ik vertoonde wat controlegedrag wordt genoemd. Zonder een check durfde ik gewoon niet naar bed te gaan en als het onweerde deed ik geen oog dicht. Vermijdingsgedrag vertoonde ik ook: ik ging ook de deur niet uit zonder het weer te checken en ik was in staat om mijn werk of colleges af te zeggen als er onweersbuien op komst waren. Ik wilde koste wat het kost niet onderweg of op een vreemde plek zijn als het zou gaan onweren. Vooral omdat die angst en paniek zo naar zijn. Het voelt gek dat iedereen om je heen rustig is en jij niet, al zeggen ze twintig keer tegen je dat je "gewoon moet chillen," dat er "niks aan de hand is."

Nu ben ik 27 en eindelijk een beetje van de angst af. Hij is beduidend minder hevig. Je hoort van veel mensen dat het moeilijk is om ervanaf te komen, maar toch is het me gelukt zonder hulp van een psycholoog. Je hoort vaak dat mensen therapie moeten, EMDR of zo, maar ik ben er gek genoeg gewoon overheen gegroeid. Ik heb geen nare dingen meer meegemaakt met onweer en – misschien nog wel het belangrijkste – ik kan beter relativeren. Dan denk ik: ik ben binnen, ik ben veilig. Ik lig niet meer gillend in bed. Maar: ik vind het nog steeds een fijn idee om iets van een dekentje over me heen te hebben als het losgaat buiten en ik heb dan liever geen elektrische apparaten om me heen. Ik zal altijd die brok in mijn keel en een steen in mijn maag voelen. Als ik thuis ben en het zie flitsen buiten, ben ik in staat om mijn werk te bellen: "Ik kom nadat deze bui voorbij is." Hoor ik ’s nachts gebulder, dan kruip ik tegen mijn man aan. Ik heb in de loop der jaren ontdekt dat ik er rustig van word om te praten als het onweert. Het liefst met iemand die ik goed ken. Ik heb gewoon een letterlijke bliksemafleider nodig en dan is het te handelen.

Volg TONIC op Facebook en Twitter.