Hoe het voelt om erachter te komen dat je het kind van een donor bent

“Als je ontdekt dat je tweehonderd broers en zussen hebt, hoe ga je daar dan mentaal mee om?”

|
okt. 9 2018, 8:45am

Vice Media

Op een druk vliegveld staat een 21-jarig meisje te wachten op een onbekende man. Na maandenlang berichtjes heen en weer te hebben gestuurd, is ze nu naar de andere kant van de VS gereisd om hem te zien. Het is de eerste keer dat ze haar biologische vader ontmoet en ze gaan maar liefst acht dagen samen doorbrengen. Minder dan een jaar geleden wist de man niet eens dat hij een dochter had.

Haar vriendje filmt haar terwijl ze lachend een nerveus dansje doet. Een paar seconden later ziet ze de man verschijnen die ze eerder alleen op foto’s had gezien, de man op wie ze aan het wachten was. Haar nerveuze lach verandert in zacht gesnik en ze rent dwars door de mensenmassa richting de man. Ze springt in de armen van haar vader en ze knuffelen elkaar lang en intens.

Sindsdien hebben ze elkaar niet echt gesproken. Ze zijn de hele ervaring nog steeds aan het verwerken, legt ze uit. Ze ziet hem trouwens meer als een vriend dan als een vader. “Hij is mijn vader,” zegt Amy*, die haar achternaam liever niet in het artikel wil hebben. “Maar ik zie hem niet als mijn vader.”

Amy is het kind van een donor-ouder. Hoeveel mensen er net als zij een eicel- of spermadonor als ouder hebben, is niet duidelijk, maar volgens ruwe schattingen zijn er alleen al in Amerika zo’n dertig- tot zestigduizend mensen die, net zoals Amy, via kunstmatige bevruchting of in-vitrofertilisatie (IVF) verwekt zijn.

In tegenstelling tot de meeste kinderen van een donor, die er pas laat in hun leven achter komen dat zij een andere biologische ouder hebben — soms wordt het geheim pas tijdens een ruzie of op het doodsbed verteld — wist Amy altijd al dat zij een donorvader had. Maar zij kon pas vanaf haar achttiende informatie over haar biologische vader opvragen van de spermabank.

Amy heeft geluk gehad. Veel sperma- of eiceldonoren weigeren hun gegevens vrij te geven, en daar hebben ze wettelijk ook recht op. Wereldwijd proberen kinderen met hun biologische ouder in contact te komen, maar op veel plekken lopen ze tegen muren aan. Soms wordt er zelfs juridisch gedreigd of wordt er een contactverbod opgelegd.

“Ik denk dat dit bijna onmogelijk is om te begrijpen, tenzij je het zelf meemaakt.”

Dan* kwam erachter dat hij donor-ouder had nadat hij voor de grap een doe-het-zelf DNA-test deed op zijn 28e. Hij vond zijn donor zo’n vier jaar later en stuurde hem een e-mail, samen met de drie halfbroers en -zussen, die hij onderweg had ontdekt. Ze hebben nooit een reactie gekregen. “Hij steekt zijn kop in het zand en hoopt dat het probleem weggaat,” zegt Dan over zijn donor. “Hij zou op z'n minst zijn verantwoordelijkheid kunnen nemen door zijn medisch dossier met ons te delen.”

Ondanks deze biologische openbaring, ziet Dan de man die hem heeft opgevoed nog steeds als zijn echte vader. “Ik denk dat dit bijna onmogelijk is om te begrijpen, tenzij je het zelf meemaakt,” zegt hij. “Voor mensen als ik, die erachter komen door een DNA-test te doen, is het een shockerende ervaring. Je denkt: je familie is niet echt je familie, je pa is niet je echte pa. Het is bijna zoals bij adoptie, maar niet echt.”

Een van de grootste verschillen tussen een donor-ouder en een adoptie-ouder is het feit dat het eerste voor ouders makkelijker te verbergen is. Los van kinderen van homostellen of van alleenstaande ouders, zijn er maar weinig dingen die weg kunnen geven dat een kind niet afkomstig is van een of beide ouders. Als het kind enigszins op een van de ouders lijkt en de moeder gewoon negen maanden zwanger is geweest, is er weinig reden om te denken dat er iets niet klopt. In sommige gevallen weet de familie er misschien niet eens vanaf.

“Het was kil. Hij verzocht mij geen contact op te nemen met zijn familie. Ik voelde me zo klein.”

Sommige donorkinderen voelen instinctief aan dat er iets niet klopt. Erin Jackson was 35 toen haar moeder haar over haar biologische vader vertelde. In tegenstelling tot mensen die het gevoel krijgen hun identiteit te hebben verloren, kreeg Erin juist een gevoel van bevestiging. “Het eerste wat ik uitriep was dat ik het allang wist,” zegt ze lachend. “Ik dacht: mijn intuïtie klopte al deze tijd al! Ik ben niet gek, ik ben anders.” Vlak daarna kwam Erin erachter wie haar biologische vader is. Maar twee jaar lang reageerde hij niet op haar berichten.

Het werd voor Erin te veel. “Zonder bevestiging van hem te krijgen, was het bijna onmogelijk om er niet constant aan te denken. Het voelde zo oneerlijk dat ik de rest van mijn leven met vraagtekens en in onzekerheid zou moeten leven. Ik stuurde hem een derde brief waar alleen in stond: Hey, ik moet het weten. Voor mijn mentale gezondheid moet ik het gewoon weten.”

Een maand later kreeg ze eindelijk een reactie. De man bevestigde dat hij haar donor was, maar zei verder niets. Hij weigerde zijn medisch dossier met haar te delen. “Zijn brief was geadresseerd aan Mevrouw Jackson,” vertelt Erin. “Het was kil. Hij verzocht mij geen contact op te nemen met zijn familie. Ik voelde me zo klein.”

“Het voelde als een inbreuk op mijn lichaam. Ik wist niet meer wie de andere helft van me was.”

Jaclyn Baxter dacht 32 jaar lang dat zij enig kind was. Ze is er inmiddels achter dat ze elf halfbroers en -zussen heeft en misschien zijn er zelfs nog meer. Zij deed uit pure nieuwsgierigheid een DNA-test. De resultaten van de test kwamen op Moederdag. Uit deze mengelmoes van data kwam naar voren dat zij niet de dochter was van de vader die veertien jaar daarvoor in haar armen was gestorven.

“Ik heb het verwerkt en ik heb vrede met het feit dat ik niet het biologische kind van mijn vader ben,” vertelt ze. “Maar dat was eerst niet zo. “Het voelde als een inbreuk op mijn lichaam. Ik wist niet meer wie de andere helft van me was.”

“Mijn vader was een geweldige man,” vertelt ze met tranen in haar ogen. “Het was enorm lastig om het allemaal te verwerken. En het is heel vreemd om op 33-jarige leeftijd voor het eerst met een broer of zus te spreken.”

Jaclyn zegt dat haar ervaringen met haar broers en zussen grotendeels positief zijn geweest, los van de emotionele turbulentie die erbij komt kijken. Ze heeft inmiddels een goede band met veel van haar halfbroers- en zussen. Ze is nu de tante van hun kinderen en binnenkort zelfs peetmoeder van een van haar nichtjes. Maar zij vertelt dat deze nieuwe band ook een nieuw hoofdstuk heeft geopend in het rouwproces.

“Ik heb veel gemist, en dat maakt me verdrietig. Ik was er niet bij toen mijn broers kinderen kregen, hun geboortes, hun trouwerijen. Dat is het moeilijke deel.” Het meest ontstellende feit is misschien wel dat Jaclyn’s biologische vader volgens zijn familie tot wel driehonderd keer sperma heeft gedoneerd, en dit allemaal in een relatief klein gebied in Amerika.

“Het is mogelijk dat deze kinderen samen opgroeien, naar school gaan of misschien zelfs gaan daten, zonder te weten dat ze dezelfde vader hebben,” zegt Jaclyn. “Dat is overweldigend. Wat dacht hij wel niet?!”

“Ik had al een moeder die tegen me loog, ik wilde er niet nog een.”

De dag dat Grace** werd geboren, was haar moeder al bijna vijftig. Mensen dachten vaak dat haar moeder haar oma was. Een paar dagen voor de twintigste verjaardag van Grace, kreeg zij de resultaten binnen van een DNA-test die ze had gedaan voor een schoolproject. Ze wist gelijk dat er iets niet klopte, vertelt ze mij. Ze belde haar vader, die haar vertelde dat zij het kind was van een eiceldonor en draagmoeder. Zij herinnert zich het gesprek als een “moment van gedeeld verdriet”.

Twee dagen later belde ze haar vader opnieuw. Nu kwam de woede. “Ik vroeg hem wanneer hij van plan was het mij te vertellen. Het leek erop dat hij dat hij het nooit zou zeggen. Dit maakte me echt heel boos,” zegt Grace. “Die woede en frustratie werden alleen maar groter toen ik naar mijn donor op zoek ging, want het systeem zit zo in elkaar dat dit heel, heel moeilijk is.”

Grace vond haar eiceldonor na maanden zoeken, maar de vrouw ontkende alles toen zij haar benaderde. “Ze was kortaf, alsof ze mij wilde zeggen dat ik haar met rust moest laten,” vertelt Grace. “Om eerlijk te zijn, leek ze bang te zijn voor me. Ik had al een moeder die tegen me loog, ik wilde er niet nog een.”

Maar deze constructie van onwaarheden is lastig te doorbreken. Grace heeft haar moeder niet verteld dat zij de waarheid weet. De zus van Grace weet ook niet dat zij een andere biologische moeder heeft, en Grace weet niet of zij het haar ooit gaat vertellen.

“Hij kende me na één gesprek al beter dan mijn vader die me heeft opgevoed.”

De ervaringen van mensen met een donor-ouder worden op meerdere manieren gekenmerkt door geheimzinnigheid. Toen Becky* achter de waarheid kwam nadat ze een doe-het-zelf DNA-test thuis had afgenomen, reageerden haar ouders alsof “hun grootste geheim was blootgelegd.” Ze zeiden tegen haar dat ze dit nooit aan iemand mocht vertellen.

Becky’s ouders waren echter niet de enigen die een geheim hadden, ironisch genoeg. Zij kregen 33 jaar daarvoor de belofte van artsen dat zij een joodse spermadonor zouden krijgen. “Mijn familie is joods, en dit was erg belangrijk voor ze,” legt Becky uit. Maar uit de DNA-test kwam naar voren dat haar biologische vader niet joods is.

Becky heeft haar echte vader inmiddels ontmoet. Ze lijkt op hem, zegt ze. “Hij kende me na één gesprek al beter dan mijn vader die me heeft opgevoed. Het was een wens die uitkwam. En ik wist niet eens dat ik dit wilde.”

Becky en haar biologische vader.

Eerlijkheid is belangrijk, zegt Susan Golombok, directeur van de Centre of Family Research aan Cambridge University. Volgens haar onderzoek ontstaan de beste ouder-kindrelaties wanneer de ouders eerlijk en open praten over hun donors.

“De mensen die wij gesproken hebben die meer problemen hebben dan anderen, zijn de mensen die er zelf achter kwamen dat zij een donor-ouder hebben, zonder dat de ouders dit vertelden,” zegt Golombok. “Veel van hen voelden zich sneller geshockeerd, boos, bedrogen of verontrust wanneer ze erachter kwamen.”

“De stilte is het ergst.”

Voor sommigen is dit gevoel van verontrusting levensveranderend. Matt Johnson kwam er op zijn dertigste achter dat hij het kind van een donor-ouder was. Hij kwam er niet alleen achter dat zijn vader niet zijn biologische vader was, maar ook dat zijn broer zijn halfbroer is. Als gevolg van deze openbaring kreeg hij een paniekaanval, moest hij naar de Eerste Hulp, en verloor hij zijn geloof in god, zegt hij.

“Doordat ik de helft van mijn identiteit kwijtraakte, ging ik veel op mijzelf reflecteren; ik keek naar mijn eigen leven alsof ik een vreemde was. Waarom doe je wat je altijd doet, en geloof je waar je altijd in hebt geloofd? Religie is een van de dingen die deze test niet doorkwam.”

Maar het leek erop dat Matt iets positiefs kon doen met het nieuws. Hij vond namelijk een halfzus, waar hij een half uur mee belde. Ze wisselden ook een aantal e-mails uit. Maar toen — niks meer. Hij vertelt dat de afwijzing pijnlijk was, zelfs al kende hij haar niet. “De enige broer die ik had in mijn jeugd is zo’n vier jaar geleden overleden. En die afwijzing was net alsof ik hem weer verloor.”

Matt zegt dat hij zijn halfzus een foto gaat sturen als zijn dochter is geboren, in de hoop dat zij dan reageert. “De stilte is het ergst,” zegt hij. “Ze is gewoon verdwenen, en ik snap het niet.”

In de laatste twee decennia zijn er in een aantal landen wat regels gewijzigd voor spermadonatie — om donoren identificeerbaar te maken, of om het aantal families waar zij aan kunnen doneren te beperken. Maar ouders zijn vooralsnog niet wettelijk verplicht hun kinderen te informeren over hun biologische achtergrond.

De VS, waar de bronnen uit dit artikel vandaan komen, heeft nog geen stappen ondernomen om iets te veranderen. Er is geen wettelijke limiet met betrekking tot het aantal families waaraan een donor mag doneren, hoewel de American Society for Reproductive Medicine wel suggesties heeft voor het limiet. Er zijn ook geen wetten die kinderen in staat stellen hun biologische ouders te vinden. Erin noemt dit alles “het Wilde Westen.”

“Deze spermabanken denken niet aan de mentale en fysieke gezondheid van mensen wanneer ze zakelijke beslissingen nemen,” zegt ze. “Het feit dat er geen limiet bestaat voor een donor is krankzinnig. Als je ontdekt dat je tweehonderd broers en zussen hebt, hoe ga je daar mentaal mee om?”

Ze wijst ook op het feit dat kinderen van donor-ouders grotendeels tegen anonieme sperma- of eiceldonatie zijn. “Dat zou voor iedereen een waarschuwingsteken moeten zijn, want wij zijn de mensen die het zelf hebben ervaren.” Decennia na de commercialisering van donorbevruchting, beginnen de producten van die wereld nu eindelijk hun stem toe te voegen aan de discussie.

“Iedereen wil weten waar-ie vandaan komt,” zegt Erin. “Dat zou niemand moeten verbazen.”

* Achternaam weggelaten
**Volledige naam veranderd wegens anonimiteit