Hoe het is om verslaafd te zijn aan laxerende middelen

De eetstoornis boulimia nervosa wordt vaak geassocieerd met overgeven, maar voor mij werden laxeermiddelen eerst een alternatief, en toen een verslaving.

|
jun. 14 2018, 1:06pm

Afbeelding door KittisakJirasittichai via Getty Images

Van mijn twaalfde tot mijn tweeëntwintigste leed ik aan boulimia nervosa, met periodes waarin ik gedrag vertoonde dat meer weghad van anorexia en eetstoornis NAO – iets dat overigens niet zeldzaam is bij eetstoornispatiënten. Gedurende al die tijd braakte ik consequent om de calorieën die ik binnenkreeg tijdens mijn eetbuien nog zo goed als kon kwijt te raken. Daarbij ontdekte ik na een paar jaar de wondere wereld van de laxerende middelen. Voortaan vulde ik mijn braaksessies vrijwel dagelijks aan met het slikken van enorme hoeveelheden kauwgom (wat een laxerend effect heeft), met als resultaat dat ik ‘s avonds aan het toilet gekluisterd zat en vrijwel constant diarree had.

Ik was verslaafd aan het lege gevoel dat laxerende middelen me gaven. Het gaf me de illusie dat ik alles wat ik tijdens zo’n eetbui naar binnen gestouwd had, grotendeels weer kwijt was geraakt. In al die jaren heb ik mezelf maar een paar keer zover gekregen laxeermiddelen te halen bij de drogist. Te beschamend, vond ik. In plaats daarvan gebruikte ik dus gigantische hoeveelheden kauwgom, wel honderd per dag. Door de hele dag door op iets te kauwen, kon ik ook mijn lichaam nog enigszins het idee geven dat ik overdag wel degelijk at. Het hongergevoel verminderde aanzienlijk, en het bood me afleiding van het constante, zeurende hongergevoel.

“Als ik het gevoel had dat ik met het braken niet alles eruit had gekregen, gebruikte ik die pillen als aanvulling.”

“Wat eet jij veel kauwgom!?” zeiden vriendinnetjes weleens. “Haha ja, aardbeiensmaak, zo lekker!”, zei ik dan verontschuldigend. Meestal begon ik aan het eind van de ochtend, en nam ik naarmate de dag vorderde geleidelijk aan steeds meer. Als ik rond een uur of zes thuiskwam van school, kon ik erop rekenen dat ik na het avondeten eerst zou braken, en dan voelde ik rond een uur of zeven een golf van acute diarree aankomen die ongeveer drie kwartier aanhield.

Onder eetstoornispatiënten is gebruik van laxerende middelen een veelvoorkomend probleem. Onderzoeken laten zien dat ik zeker niet enige was, en ik besluit anderen op te zoeken en te vragen naar hun ervaringen. Via via kom ik uit bij Koen* (22), die van zijn vijftiende tot zijn achttiende aan de lopende band laxeermiddelen gebruikte. “Ik had en heb nog altijd een eetstoornis,” vertelt hij me aan de telefoon. “Mijn officiële diagnose is eetstoornis NAO, al neigde ik de eerste jaren meer naar anorexia, en later meer naar boulimia.” Een vriendin van Koen, die zelf anorexia had, slikte laxeerpillen en spoorde hem aan om ze ook te gaan gebruiken: “Ze ging zelfs met me mee om ze voor het eerst te halen. Om heel eerlijk te zijn interesseerde het me destijds helemaal niet wat voor effecten die dingen zouden kunnen hebben op mijn lichaam.”

Al snel slikte Koen de middelen dagelijks. “En ik gebruikte kauwgom, vaak wel een pakje per dag. Om mijn eetlust te onderdrukken, maar ook als aanvulling op de laxeermiddelen die ik al nam: het komt nogal raar over wanneer je iedere week weer vier doosjes met laxeerpillen komt halen bij de drogist.” Naast hevige diarree had Koen ook last van hevige episodes waarin hij extreme buikpijn had. “Ook werd ik ‘s nachts vaak meerdere keren wakker, omdat ik zó nodig naar het toilet moest. Na een tijdje slikte ik een stuk of acht pillen per dag.” Hij was continu bezig met waar de dichtstbijzijnde wc was, “voor het geval ik onverwacht richting het toilet zou moeten rennen.”

Uiteindelijk ging Koen in therapie voor zijn eetstoornis, waar afspraken werden gemaakt om de hoeveelheid laxeerpillen die hij gebruikte af te gaan bouwen. “Dat was moeilijk. Het braken speelde daarbij natuurlijk ook een rol; als ik minder braakte, gebruikte ik meer laxeerpillen – en andersom. Als ik bijvoorbeeld het gevoel had dat ik met het braken niet alles eruit had gekregen, gebruikte ik die pillen als aanvulling.” Toch wist hij langzaam maar zeker te minderen. “Van acht pillen per dag ben ik toen geminderd tot twee per dag, en uiteindelijk ben ik helemaal gestopt. Je moet je lichaam ook wel de tijd gunnen om aan minder gewend te raken, want je darmen worden lui als je zoveel laxeerpillen slikt. Koen is nog altijd niet van zijn eetstoornis hersteld, en slikt nog weleens een laxeerpil – maar lang niet meer in dezelfde hoedanigheid als vroeger. “Dan neem ik er eentje, als ik me lelijk voel, of als ik het gevoel heb dat ik er extra goed moet uitzien voor iets,” besluit hij.

“Heel lang is het tegenovergesteld gedacht, maar mensen met anorexia misbruiken vaker laxeermiddelen dan boulimiapatiënten.”

Ik neem contact op met Annemarie van Bellegem, die kinderarts is en zich heeft gespecialiseerd in de behandeling van eetstoornissen onder kinderen en adolescenten. Ze richt zich daarbij voornamelijk op de lichamelijke gevolgen van de aandoeningen. Tot mijn verbazing vertelt ze me dat een recente studie uitwees dat gebruik van laxeermiddelen onder anorexiapatiënten vaker voorkomt dan onder mensen met boulimia. “Heel lang is inderdaad het tegenovergesteld gedacht,” vertelt ze me aan de telefoon, “maar nu blijkt dus dat mensen met anorexia vaker laxeermiddelen misbruiken. Dat is overigens een nieuwe ontwikkeling, dit onderzoek is heel recent. We weten nog niet hoe dit te verklaren is.”

Vijf tot acht procent van de bevolking is verslaafd aan laxerende middelen, vertelt Annemarie, “bij eetstoornisgroepen is dat percentage veel hoger.” Vaak beginnen eetgestoorde mensen eerst met braken, en wenden ze zich pas daarna tot laxantia, vervolgt ze. “Ik denk dat in die keuze meespeelt dat laxerende middelen ook heel veel lichamelijke klachten met zich meebrengen: krampen, diarree, ga zo maar door. Je hebt relatief weinig controle over wanneer de pijn of de klachten komen.” Braken kun je doen op een moment dat je daar zelf voor kiest en kost daarbij ook minder geld, legt ze uit. Onder de patiënten die zij behandelt, ziet ze dat er veel schaamte komt kijken bij overmatig gebruik van laxeermiddelen. “Laxantia zijn natuurlijk niet hip en happening; mensen vinden laxeren en poep nou eenmaal vies.”

Wanneer de afhankelijkheid van laxantia groter en groter wordt, bestaat het gevaar dat je een verslaving ontwikkelt. “Toch is het niet zo dat wanneer je meer en meer laxeertabletten neemt, je ook heftiger laxeert. Daar zit een soort stop op. Als je boven de vijf tot tien tabletten van bijvoorbeeld de contactlaxantia [die op chemische wijze de darmwand prikkelen, red.] komt, gebeurt er eigenlijk niet zo heel veel extra meer. De verslaving is dus deels geestelijk, maar er is ook zeker een lichamelijke component,” aldus Annemarie. “Als je stopt, zijn er namelijk fysieke gevolgen: er moet een soort reset in je lichaam plaatsvinden. Dat kost echt even tijd en moeite, want je kunt last krijgen van erge obstipatie.”

Ook kun je – wanneer je langdurig laxantia hebt gebruikt en daarmee stopt – aankomen, omdat je poep zal vasthouden. "Dan kun je als dokter wel [aan een eetgestoorde patiënt] uitleggen dat dat toch vooral vocht is, maar kilo’s zijn kilo’s. En iemand die daarmee bezig is, vindt elke kilo eng. Zelfs de garantie die ik als arts kan geven dat dat vocht uiteindelijk wel weer weggaat, is soms niet genoeg om die angst om aan te komen tegen te gaan.” Ik vraag Annemarie of je van laxeermiddelen alleen vocht verliest, of ook vet. “Vrijwel alleen vocht,” legt ze uit, “want de opname van voeding heeft op dat moment al plaatsgevonden in de dunne darm. Je verliest dus vooral water, mineralen, zout, elektrolyten en vezels.” Zodra je weer vocht tot je neemt, houdt het lichaam dit vast om te herstellen van het langdurige vochtgebrek. “Als je heel lang laxantia hebt gebruikt, zal je lichaam dus de neiging hebben om heel zuinig met vocht om te gaan. Wanneer je stopt zal je lichaam naar verhouding te veel vocht vasthouden, en kan het kan wel een aantal weken duren voordat dit weer in balans is.” In die paar weken kun je tot wel tien kilo vocht vast blijven houden.

Nog een risico dat je loopt wanneer je lange tijd laxeermiddelen hebt genomen, is nierschade. “En er kan een chronische ontsteking van de darmen ontstaan, al ligt dat wel aan welk type laxantia je gebruikt: bij contactlaxantia zie je dat het slijmvlies kan beschadigen. Ook kun je last krijgen van pseudomelanosis coli, een soort bruine verkleuring van de darmen – we weten nog steeds niet helemaal wat voor gevolgen dat exact heeft.” En als je, net als ik, laxeert met grote hoeveelheden kauwgom, kan dit problemen aan de tanden veroorzaken, gaat Annemarie verder.

Maar daarmee zijn we er nog niet. “Je kunt een kaliumtekort oplopen, en dat kan leiden tot hartritmestoornissen en allerlei andere klachten.” Toch is het heel individueel bepaald wanneer deze gevolgen optreden. “Sommige mensen ontsporen volledig op relatief weinig laxantia,” legt ze uit, “terwijl anderen jarenlang een grote hoeveelheid gebruiken en daar weinig gevolgen van ondervinden. Hoe dan ook, je lichaam zal proberen te compenseren voor wat het wordt aangedaan.”

Omdat ik ook graag iemand wil spreken die anorexia heeft gehad én verslaafd was aan laxerende middelen, bel ik Noa* (25). Ik ben al jaren bevriend met haar en we waren destijds tegelijkertijd ziek; ik had boulimia, zij anorexia. Het purgerende type om precies te zijn, waardoor ze normaal gesproken zo weinig mogelijk at, maar soms last had van eetbuien en vervolgens braakte. “Mijn laxeermiddelengebruik ging heel erg in fases,” vertelt ze me aan de telefoon. “Ik was 13 toen ik het leerde kennen via een pro-anaforum, en las dat je ervan zou afvallen.” In het begin nam ze zo nu en dan ‘s avonds een laxeerpil, “maar langzaamaan werd het steeds meer een aanvulling op het braken.”

“Mijn kinderarts heeft me destijds nog gewaarschuwd dat ik darmkanker zou kunnen krijgen als ik zo doorging."

Tegen de tijd dat ze 17 was, slikte ze dagelijks zo’n twintig laxeerpillen. “Ik wilde zo dun mogelijk zijn, maar omdat ik steeds meer eetbuien had, voelde ik me toch wel een beetje gefaald. Dan had ik ‘s avonds een eetbui en braakte en laxeerde ik daarna om alles weer kwijt te raken. De ochtend erop wilde ik me zo leeg mogelijk voelen, en de laxeerpillen gaven me dat gevoel.” Een jaar later was ze er zo afhankelijk van geworden, dat ze zonder niet meer naar de wc kon. Ze vertelt: “Ik heb natuurlijk wel pogingen gedaan om ervan af te komen, maar als ik dan zag dat ik zonder die dingen gewoon niet kon poepen, gaf ik dat na een paar dagen ook weer op.”

Verstopping was niet het enige nadeel dat Noa van de laxeerpillen ondervond. “Mijn kinderarts heeft me destijds nog gewaarschuwd dat ik darmkanker zou kunnen krijgen als ik zo doorging. Daar schrok ik wel van. Ook gaven de pillen me zieke krampen, zo erg dat ik vaak volledig in elkaar kroop van de pijn.” Daarbij begon ze haar dagen aan te passen op het slikken van de pillen. “Kijk, als ik zo’n pil nam, liep ik meestal later die avond leeg en had ik de volgende dag een enorme gasbuik. Op zulke dagen ging ik niet uit of iets anders leuks doen met vrienden, want je voelt je op zo’n moment allesbehalve knap. Je hebt echt een soort ‘kater’ van de laxeermiddelen. En soms duurde het een uur voordat ik vastgekluisterd zat aan de wc, soms zes uur. Dan zit je hele buik vol met kak, maar het komt er gewoon niet uit. En op zulke momenten moest ik wel gewoon naar school. Daar was ik doodsbang dat mensen na mij naar de wc zouden gaan, want diarree stinkt natuurlijk vreselijk.”

Toen Noa op 18-jarige leeftijd opgenomen werd voor haar eetstoornis, werd ze gedwongen te stoppen met de laxeerpillen. “Cold turkey. In de kliniek kregen we wel zakjes Forlax [een middel dat de stoelgang stimuleert]. Ik was de enige in de kliniek die zó verslaafd was aan die laxeerpillen: de meeste patiënten kregen één zakje Forlax per dag, ik kreeg er vijf. De laxeermiddelen hadden mijn darmen aangetast, en ik kon anders gewoon niet naar de wc.”

Inmiddels is ze van haar verslaving af, en hersteld van haar eetstoornis. Ze slikt zo nu en dan alleen nog een laxeerpil wanneer ze op vakantie is. “Niet om eetgestoorde redenen, maar omdat ik op vakantie om de een of andere reden gewoon niet kan poepen.”

Zelf heb ik mijn verslaving ook weten te doorbreken. Toch neig ik in stressvolle situaties nog altijd naar laxeren (of braken), het copingmechanisme waar ik zo lang aan verslingerd was. Het gebruik van laxerende middelen – en mijn eetstoornis in het algemeen – zal dus altijd een punt van zwakte blijven. Ironisch genoeg herinnert mijn lichaam mijn laxeerverleden maar al te goed: mijn darmen zijn na slechts twee kauwgompjes volledig van slag – iets dat Annemarie vaker terugziet in haar praktijk. Als gevolg daarvan zit ik uren, zo niet dagen, aan het toilet gekluisterd. Een afschrikwekkender waarschuwingsmechanisme had mijn lijf niet kunnen verzinnen.

* De namen Koen en Noa zijn gefingeerd om de privacy van de geïnterviewden te beschermen. Hun echte namen zijn bekend bij de redactie.

Volg TONIC op Facebook en Twitter.