Quantcast

Ik werk als psycholoog met verslaafden die vaak nooit meer beter worden

Het klinkt misschien cru, maar bij chronisch verslaafden is het echt pappen en nathouden.

DoorAnoniemzoals verteld aanEsmee Schenck De Jong

Afbeelding via Pixabay

Tijdens mijn opleiding was het nooit mijn intentie om in de verslavingszorg te werken. Eigenlijk leek het me allemaal veel te heftig. Ik was bang dat het me erg zou aangrijpen om te zien hoe iemand worstelt met intense ontwenningsverschijnselen, en om te horen wat er allemaal kapot is gegaan in iemands leven. Ik verwachtte dat mensen in zulke klinieken ernstige gedragsproblemen zouden vertonen.

Alles waar ik bang voor was, bleek waar te zijn. Dat werd me al duidelijk toen ik de kliniek tijdens mijn eerste dag binnen kwam lopen, en ik allerlei opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd kreeg. Bij iedere nieuwe werknemer testen cliënten hoe ver ze kunnen gaan en proberen ze je te manipuleren – en bij een jonge vrouw die er een beetje oké uitziet gaan ze vaak nog verder. Voor hen ben je vaak een lekker stuk vlees, dus het is zaak dat je meteen voor jezelf opkomt. Gelukkig stond ik mijn mannetje en kon ik er eigenlijk al meteen goed mee omgaan.

Ik werk zowel ambulant [zorg die niet in een instelling verleend wordt, red.] als in een kliniek. De cliënten die ik behandel verschillen erg van elkaar; van mensen die in het weekend te veel drinken, tot mensen die het grootste deel van hun leven met een heroïneverslaving kampen. Mensen die tot die laatste groep behoren zijn meestal wat ouder, en zijn vaak tijdens de heroïne-epidemie uit de jaren zeventig verslaafd geraakt.

Sommige mensen moeten een beetje lachen als ze horen dat mensen verslaafd kunnen raken aan gamen of seks, terwijl je juist in die hoek de meest schrijnende gevallen voorbij ziet komen: sommige jongens plassen alleen nog maar in flessen en blikjes, douchen niet meer, eten niet meer en slapen nauwelijks. Je kan je voorstellen hoe hun woningen eruitzien, het is heel intens om bij hen langs te moeten gaan.

"Sommige mensen moeten een beetje lachen als ze horen dat mensen verslaafd kunnen raken aan gamen of seks, terwijl je juist in die hoek de meest schrijnendende gevallen voorbij ziet komen."

Ik heb ook dingen over mezelf geleerd, en ben erachter gekomen dat ik niet zo snel van dingen schrik. Ik ben vooral benieuwd naar het verhaal achter iemands gedrag. Een aantal mensen heeft grote indruk op me gemaakt. Zo heb ik een keer een heel jong meisje behandeld, dat veel traumatische dingen had meegemaakt en daardoor in de verkeerde scene was beland. Ze raakte verslaafd aan meth en heroïne, en had van alles gedaan om aan drugs te komen – zoals inbreken en sekswerk. Het brak mijn hart om haar zo te zien, helemaal uitgemergeld, zonder geld. Iedere avond sliep ze op een andere bank. Wel had ze een enorme motivatie iets van haar leven te maken, en wilde ze heel graag beter worden. Ik ben haar helaas uit het oog verloren toen ik werd overgeplaatst naar een andere afdeling.

Soms weet je niet hoe een casus afloopt, en is het erg moeilijk om afscheid te nemen als de situatie van een bepaald persoon je erg aan het hart gaat. Desondanks ben ik goed in het creëren van een bepaalde afstand tussen mezelf en de cliënt. Daarnaast hebben we intervisiegroepen; daarin bespreek je met collega’s de dingen die je als mens en behandelaar nodig hebt om je werk goed te kunnen blijven doen. Dat is ook nodig bij gevallen waarin iemand erg op je zenuwen werkt. Stel, je had een vader die je altijd kleineerde en hebt nu met een cliënt te maken die hetzelfde gedrag vertoont; dat kan veel irritaties of oude gevoelens naar boven halen. Het is dus belangrijk om je als behandelaar altijd te blijven ontwikkelen.

Als psycholoog word je opgeleid om mensen beter te maken. Toen ik begon bij een afdeling voor chronisch verslaafden, vond ik het in het begin heel lastig om te zien dat dat in de meeste gevallen al geen optie meer was. Er was een man met wie ik heel close was, hij was alcoholist en ongelooflijk depressief. Hij had al van jongs af aan een heel wild leven gehad, doordrenkt met drugs en alcohol. We hadden bijzondere gesprekken, hij was heel intelligent en had ook een zoon van mijn leeftijd, waar hij geen contact meer mee had. Hij wilde zó graag verlost worden uit zijn lijden: het maakte hem niet uit of dat door een succesvolle behandeling zou komen of door de dood. Uiteindelijk heeft hij die cirkel nooit kunnen doorbreken en gaf zijn lichaam het op, hij is overleden.

Het klinkt misschien cru, maar bij chronisch verslaafden is het echt pappen en nathouden. Je probeert iemand van de straat te houden en ervoor te zorgen dat het gebruik niet erger wordt. Zo doe je een poging iemands levenskwaliteit wat te verbeteren.

"Ik zie vaker mensen terugvallen dan beter worden, maar een terugval hoeft niet altijd het einde te betekenen. Het kan ook een wake-up-call zijn dat iemand weer aan de slag moet."

Als ik heel eerlijk ben zie ik vaker mensen terugvallen dan beter worden, maar een terugval hoeft niet altijd het einde te betekenen. Het kan ook een wake-up-call zijn dat iemand weer aan de slag moet. Ik kan er dus geen vinger opleggen wanneer een behandeling succesvol is en wanneer niet: als iemand een behandeling van begin tot eind volgt, is dat in de verslavingszorg eigenlijk al een succes.

Natuurlijk kun je niet iedereen over een kam scheren, maar aan verschillende middelen zijn vaak ook wel verschillende types verbonden. Zo zijn ghb-verslaafden vaak twintigers en dertigers, en zijn cokeverslaafden over het algemeen getrouwd, met een hoge positie in het bedrijfsleven. Ik zie ook vaak BN’ers voorbij komen; dat is in het begin natuurlijk heel raar, want je ziet iemand dan opeens van een heel andere kant. Er worden ontzettend veel drugs gebruikt in de entertainmentindustrie. Ik kom ook weleens cliënten tegen in de supermarkt, dan zeggen we vluchtig gedag. Gelukkig ben ik nog nooit iemand tegengekomen tijdens het stappen: ik gebruik zelf namelijk ook af en toe alcohol en drugs, zoals xtc en speed. Dat was initieel ook waarom ik geïnteresseerd raakte in de verslavingszorg.

Ik vind het bizar om te zien dat sommige collega’s niet weten of een middel een upper of een downer is: dat is iets wat je makkelijk uit je hoofd kan leren, ook al heb je zelf nog nooit drugs gedaan. Natuurlijk kun je nog steeds een prima behandelaar zijn als je nog nooit wat gebruikt hebt, maar ze hebben niet eens een idee van wat een bepaald middel doet, of waarom iemand dat zo fijn vindt. Daar blijf ik me over verbazen.

"Er wordt vaak gedeald in de woonkamer of voor de deur van de kliniek. Als behandelaar heb je dat niet altijd door, want cliënten zijn er heel behendig in."

Het is nooit saai om als verslavingspsycholoog te werken; er is altijd weer iets aan de hand in de kliniek en er gebeuren soms best grappige dingen. Zo wordt er vaak gedeald in de woonkamer of voor de deur van de kliniek. Als behandelaar heb je dat niet altijd door, want ze zijn er heel behendig in. De eerste keer krijgt iemand een waarschuwing, de tweede keer wordt iemand eruit gezet. Dat is nog knap lastig af en toe, want meestal zijn het de cliënten zélf die dealen en is het dus onderdeel van hun probleem. De veiligheid van de groep gaat echter altijd voor.

Soms komen er methadonpatiënten met een verhaal dat hun pillen zijn gestolen. Als ze een geloofwaardig verhaal hebben, krijgen ze eenmalig nieuwe pillen. Als het dan nog een keer gebeurt, krijgen ze niets en dan kunnen ze soms ongelooflijk agressief worden. Ik heb weleens meegemaakt dat iemand met zelfmoord dreigde. Toen ik zei dat ze weg moest gaan als ze zo'n toon tegen me aansloeg en ik uitlegde dat ik als psycholoog geen medicijnen voor mocht schrijven, kalmeerde ze gelukkig al snel.

In de kliniek worden ook mensen behandeld voor seksverslaving. Een van die gasten zat al een tijdje intern en mocht een dagje met verlof. Hij kon niet wachten tot hij weer van bil kon, en nodigde zijn liefje uit op de wc van de kliniek. We kwamen erachter toen ze samen naar buiten kwamen lopen, en konden er wel om lachen. Na een week vroeg hij om medische hulpverlening, omdat hij gonorroe bleek te hebben.

Ook was er een vrouwelijke cliënt zwanger geraakt van een twintig jaar jongere man van dezelfde afdeling, die besloot de baby te houden. Ik ben heel benieuwd hoe het tussen hen is afgelopen.

Hoewel ik vaak zie dat mensen terugvallen, word ik daar nooit moedeloos van. Er zijn ook veel succesverhalen; zo zijn er relaties ontstaan binnen de kliniek, en sommige van die koppels zijn nog steeds samen en zijn samen clean gebleven. Of mensen die helemaal aan de grond zaten en nu opbloeien, en eindelijk met hun demonen om kunnen gaan. Heel cliché misschien, maar als ik een klein verschil kan maken in iemands leven, is dat het werk voor mij al helemaal waard.

In onze reeks 'Hospital Confessions' vertellen anonieme zorgverleners hun verhaal. Tonic is de nieuwe site over gezondheid van VICE. Volg ons op Facebook.