rouw

Wat je wel en niet moet zeggen tegen rouwende vrienden

“Als ik op werk zei dat ik het er niet over wilde hebben, was er altijd wel iemand die er toch over begon.”

Esmee Schenck De Jong

Foto via AntonioGuillem/Getty.

Een paar maanden geleden zat mijn onverstoorbaar vrolijke vriend ineens verslagen op zijn balkon. Hij huilde stille tranen, want zijn jeugdvriend was plots overleden. Ik wist eigenlijk niet zo goed wat ik kon zeggen of voor hem kon doen, en dacht heel egocentrisch aan de keren dat ik misschien verkeerd had gehandeld als in het verleden dierbaren van mijn vrienden overleden. Ook mijn vriend wist, op zijn beurt, niet hoe hij moest omgaan met het overlijden van de vader van een van zijn beste vrienden.

Want hoewel we het misschien graag zouden willen, is er helemaal geen kant-en-klare oplossing of manier van steun die jij kan bieden aan iemand die rouwt. Er is geen protocol of gemene deler in rouwverwerking. Ik heb het geluk, en de bijkomende naïviteit, dat ik de dood nog nooit van heel dichtbij heb meegemaakt. Ik besloot om mensen die dat wel hebben, te vragen waar zij behoefte en steun aan hadden uit hun omgeving.

Noah, 26, Fysiotherapeut in de ouderenzorg

Twee jaar geleden kreeg mijn vader zijn tweede hartinfarct. Hij was een heel bijzondere man die altijd met iedereen contact legde en mensen aan het lachen maakte, en vooral de laatste jaren hadden we een sterke band. Hij was thuis toen het gebeurde. Mijn moeder hoorde een knal, omdat hij was gevallen, en probeerde hem te reanimeren. Hij heeft een week in coma gelegen voor hij overleed. Hij was pas 63.

In de periode daarna zocht ik heel erg het contact op met mijn vrienden, ze nodigden me overal naartoe uit en ik ging mee. Ik had drieduizend euro gespaard om op reis te gaan, dat heb ik in drie maanden allemaal opgezopen. Als ik er nu op terugkijk was het natuurlijk niet de beste coping-stijl, maar het hielp ergens op dat moment.

Het woord “gecondoleerd” kwam me echt m’n strot uit. Ik vind het nog steeds een vreselijk woord. Er zit echt geen boodschap in, zeker niet als je het honderd keer hoort. Je geeft met dat woord geen eigen draai en wat je zegt tegen iemand. In het Engels zeg je “I’m sorry for your loss”, dat is voor mij veel natuurlijker. Onlangs overleed de vader van mijn beste vriend, gecondoleerd was wel het laatste wat ik tegen hem zou zeggen. Ik zei iets als: ”Super kut man, ik denk aan jullie! Probeer je rust in je hoofd te bewaren en geef het aan als ik iets voor jullie kan doen!”

Als iemand in je omgeving net iemand heeft verloren, is het oké is om te zeggen dat je niet weet hoe je moet reageren. Ik vroeg me soms af waarom ik geen berichtje kreeg van die ene goede vriend. Die vriend maakte dan van mijn probleem zijn eigen probleem, terwijl hij gewoon kon vragen waar ik behoefte aan had. Juist wel bellen of niet, vind je het fijn om wat leuks te doen of heb je liever dat ik je even met rust laat? Vul niet iemand anders’ behoefte in.



Ik vond het heel fijn om te merken dat mijn vrienden er voor me waren, als ik ze opbelde namen ze meteen op. Ze luisterden aandachtig naar wat ik wilde zeggen of ze namen me ergens mee naar toe. Daardoor werd duidelijk wat ik aan mijn vrienden had: met sommige kreeg de vriendschap meer verdieping en werd de band sterker. Bij de mensen die misschien wat gek of niet reageerden, bleef het hetzelfde.

Ik zie dit, als het op vriendschappen aankomt, vooral als een mooie en bijzondere ervaring. Ook de familiebanden zijn een stuk hechter geworden.

Het moeilijkst om mee om te gaan was mijn moeders verdriet, ik vond het heel erg om mijn moeder zo te zien. Ik lijk op mijn vader qua lichaamsbouw en als ze me knuffelde, barstte ze in huilen uit. Dat was heel confronterend. Het kwam over alsof ze huilde omdat ik zo erg op hem leek. Het was raar om gewend te raken aan haar heftige emoties, ze huilde heel veel. Zo vaak en zoveel dat er op een gegeven moment twee emoties door elkaar ontstonden. Waar je normaal stil wordt als iemand huilt, moest ik naarmate het vaker gebeurde soms lachen en zei ik: ‘Ga je nou weer?’ en lachte zij met me mee.

Ariaan, 23, Grafisch ontwerper

Ik was bijna zeventien toen mijn beste vriendin Nadine overleed. Twee jaar daarvoor was ze gediagnosticeerd met leukemie. We speelden al vadertje en moedertje toen we acht waren. Nadine was de enige waarbij ik het gevoel had dat ik volledig mezelf kon zijn, zij voelde als mijn thuis.

Ik denk niet dat je van iemand de juiste woorden kan verwachten, want de dood is totaal ongrijpbaar tot je het zelf hebt meegemaakt. Ik vond het meest vervelende dat mensen deden alsof het er niet was en er nooit naar vroegen. Natuurlijk hoeft dat ook niet constant, maar even een hand op je schouder en de vraag ‘Hey, hoe gaat het nu met je?’ is heel fijn. Dat heb ik gemist.

Het maakte het lastig om te verwerken, want ik had het gevoel dat ik het alleen moest doen en mijn verdriet er niet mocht zijn. Als ik er af en toe over begon zei mijn omgeving: “Huh, maar dat is toch al een tijdje geleden, je bent toch geen klein kind meer. Je moet door.” Die opmerkingen kreeg ik uit verschillende hoeken. Het was alsof mensen me niet begrepen, zodra ik begon over het gemis van Nadine was het alsof er in hun blik een deur dichtsloeg. Ze werden ongemakkelijk en ik zag ze denken dat ze met zoiets zeker niet bij hen aan kon komen, omdat ze niet begrepen wat ik doormaakte.

Wat me wel hielp was erover schrijven. Ze overleed aan het begin van de zomer en de rest van die zomer ging ik zodra ik wakker werd als eerst naar haar graf om te schrijven. Ik was heel veel alleen, omdat ik mezelf wel begreep. Op die manier werd ik niet geconfronteerd met het gevoel dat iemand uit de omgeving me vervelend vond, dat ik ze een bezwaard gevoel bezorgde of iemand me niet zag staan.

Rouw is sowieso heel eenzaam, want iedereen ervaart het anders en iedereen verwerkt het op een andere manier. Je hoeft er niet per se over te praten als je dat niet kan, maar het is gewoon fijn als je met elkaar kan zijn en verdriet er gewoon mag zijn, al is de ander wel vrolijk. Van: “Hey, jij voelt je rot, ik voel me blij, maar laten we gewoon naast elkaar zitten en het is goed zo.” Ik denk dat dat ook ligt aan de jonge leeftijd waarop ik het heb doorgemaakt. Naarmate men volwassen wordt, leren ze misschien beter om te gaan met iemands rouw.

Djana, 26, Onderzoeks project manager bij een mediabedrijf

Mijn vader overleed heel plotseling aan een hartinfarct toen ik 12 was. Van de periode rond zijn dood kan ik me weinig herinneren. Ik weet alleen nog dat het erg overweldigend was, al hielden mijn broers en mijn moeder me erbuiten. Op school was er veel aandacht en begrip, dat voelde heel goed. Vier jaar geleden overleed mijn moeder aan Alzheimer. Haar ziekbed en overlijden maakte ik veel bewuster mee.

Die jaren met mijn moeder waren heel intens, maar heb ik ook als heel liefdevol ervaren. We hebben in die periode zoveel mooie momenten gedeeld. We hadden afscheid genomen, maar als de dood dan komt is hij heel overweldigend.

Ik kreeg heel veel berichtjes met “Kan ik iets voor je doen?” en belletjes en berichten met de vraag hoe het met me ging. Hoewel ik de steun uit mijn omgeving heel erg waardeerde en ze daarmee wilden zeggen dat ze er voor me waren, kwam het soms over alsof ik verplicht was om te antwoorden en mensen moest afwijzen. Want tuurlijk gaat het kut, en waar kan je als naaste daadwerkelijk bij helpen op zo’n moment?

Bij bellen was het bovendien lastig dat ik het gevoel had dat ik op moest nemen, en soms op momenten erover moest praten terwijl ik op daar geen behoefte aan had, of geen zin het verhaal weer te vertellen.

Een keer stuurde iemand: “Ik denk aan je en hoop dat alles goed met je gaat”, dat was zo’n verademing. Op die manier kon ik zelf bepalen wanneer ik antwoordde.

Daan, 26, medewerker bediening

Onbewust kreeg ik al heel jong te maken met de dood. Mijn broer was bij zijn geboorte niet meer te redden. Ik werd een jaar na zijn overlijden geboren. Achteraf denk ik dat dat te snel was. Ik heb altijd het idee gehad dat ik zijn plaatsvervanger was. Dat merkte ik vooral bij mijn vader, het leek alsof hij mij zag als een reïncarnatie van mijn broer. Hij noemde me ook weleens Bart.

Mijn vader had een ideaalbeeld van hoe ik moest zijn, en ik had vaak het gevoel dat ik daar niet aan voldeed. Mijn moeder ging heel anders met mij om, ik was voor haar echt een nieuw persoon. Dat maakte onze band ook anders, intensiever. Eigenlijk was alles fijn met haar: ik kon bij haar terecht met problemen, zonder dat ze me erom veroordeelde. Ik had het gevoel dat ik bij haar helemaal mezelf kon zijn.

Toen ze ziek werd, heeft dat in totaal maar zes weken geduurd. Ik was 22 toen ze zei dat ze zich niet lekker voelde en toch ging werken, even later werden we gebeld door haar werk dat ze met een ambulance was afgevoerd en in het ziekenhuis werd opgenomen. Ze bleek een hersentumor te hebben. Bij verder onderzoek bleek de kanker ook in haar lever en longen te zitten. Zelfs met chemo was de overlevingskans zo goed als nihil.

Toen ik het hoorde was ik vooral heel boos. Ik kon er niet mee omgaan en ben twee weken weggelopen van de situatie, waarin ik veel met vrienden was en dronk. Ik wilde niet geloven dat ze doodging, en nam het haar kwalijk dat ze niet toch de strijd aanging, tot ik het op een gegeven moment wel moest erkennen en contact met haar zocht.

Ze zou nog een half jaar leven, maar ik zag aan haar dat dat veel minder zou zijn en ze het eind van de zomer niet zou redden. We praatten veel: over de dood, over het leven. Onze relatie veranderde van die van kind en moeder naar die van twee volwassenen.

Van mijn vrienden heb ik onwijs veel steun gehad in die tijd. Ze luisterden naar mijn behoeften, die konden nogal wisselen. Soms wilde ik het er wel over hebben, dan weer juist niet. Ik had het gevoel dat ik welkom was en erover kon praten als ik dat wilde. Het heeft me goed gedaan dat ze ook die kant van me accepteerden, want ik was daarvoor altijd opgetogen en vrolijk.

Ik vond het fijn als mensen vroegen “Hoe voel je je?” of “Hoe gaat het met je ziel?” in plaats van een hey-hoe-gaat-het. “Hoe gaat het” vind ik oppervlakkig, natuurlijk gaat het slecht op dat moment, en niemand zal bij die vraag toegeven hoe het echt met hem is. Ik vond het veel fijner als mensen vroegen naar mijn emoties of gedachten die ik ervoer op dat moment.

Ik rouw nog steeds. Voor mij is het nooit klaar. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan haar denk, of tegen haar praat in mijn hoofd en dan aan haar vraag hoe zij iets zou doen. Ik kan er met mijn zusje nog over praten, laatst zijn we samen naar het graf geweest. Ik ga bijna iedere maand, haar steen is het enige tastbare wat dichtbij haar is.

Mijn vrienden vragen er nog weleens naar, maar minder dan in het begin. Dat is ook heel logisch. Iedereen leeft met je mee en na een tijd verwatert dat, daarna blijf je zelf met het verlies en de emotie achter. Als iemand overlijdt die heel dichtbij je staat, zal je dat voor altijd bij je dragen.

Nina, 23, psycholoog

Mijn opa en ik konden goed met elkaar praten: We hadden het over zaken zoals doodgaan en over het geloof – hij was een heel progressieve dominee. Hij was inspirerend en ik heb veel van hem geleerd.

Toen hij 84 was, kreeg hij prostaatkanker. Mijn opa zei dat ik me geen zorgen hoefde te maken en hij het natuurlijk naar zou vinden te overlijden, want hij wilde nog zoveel, maar ook dat oude mensen dood moesten gaan zodat er weer plek ontstond voor nieuwe mensen. Dat vond ik heel mooi.

Hij was tot op het laatste moment levenslustig: een paar dagen voor zijn dood had hij Robbert Dijkgraaf nog een mail gestuurd om te vragen wat er natuurkundig gezien met energie gebeurt, want dat gaat toch nooit verloren? Ook niet na iemands dood?

Zijn overlijden voelde als het begin van het einde, ik had nog nooit eerder iemand verloren en had tot dat moment al mijn opa’s en oma’s nog. Ik vond het daarna heel vervelend als iemand zei: “Toen mijn opa doodging, ging mijn oma ineens zo achteruit!” Wat wil je bereiken met zoiets? De doemscenario’s opdreunen is echt het laatste wat je op dat moment wil horen.

Ik vond het fijn als mensen respecteerden waar ik behoefte aan had. Als ik bijvoorbeeld op werk zei dat ik het er niet over wilde hebben, was er altijd wel iemand die er toch over begon. Het verdriet zat heel hoog en ik had helemaal geen zin op werk emotioneel te worden, dus dat was eigenlijk heel vervelend. Het is goed dat je verdriet er mag zijn, maar dat je zelf een keuze hebt wanneer je dat deelt.