Er is een reden waarom sommige mannen zoveel ruimte innemen als ze zitten

Manspreading is een anatomisch noodzakelijk kwaad.

|
okt. 11 2017, 4:16pm

Photo: Waring Abbott/Getty Images

Fighting Words is een rubriek waarin mensen hun impopulaire maar goed onderbouwde mening ventileren over gezondheid, voeding, fitness en meer.

Stu McGill zag het probleem meteen toen ik op zijn bank ging zitten. Ik was er om hem te interviewen voor een artikel, maar ik wilde eigenlijk ook weten waarom mijn rug – na tientallen jaren gewichtheffen – ineens pijn begon te doen tijdens basisoefeningen als squats en deadlifts.

Hij keek toe terwijl ik mezelf positioneerde in een klassieke manspread, met mijn bovenlijf naar voren geleund en mijn voeten naar buiten gekeerd – een houding die wordt bepaald door de vorm en stand van mijn heupgewrichten, zoals ik snel zou leren.

McGill is een emeritus hoogleraar ruggengraatbiomechanica aan de Universiteit van Waterloo in Canada, en behoort tot de meest gewilde rugpijnspecialisten ter wereld. Hij lost de lastigste rugproblemen op, en heeft MMA-kampioenen en record brekende powerlifters als patiënten gehad, en zelfs wat artsen die gespecialiseerd zijn in rugproblemen, maar hun eigen kwaal niet konden oplossen.

Mijn geval was helemaal niet zo moeilijk. Als ik de techniek van mijn squats niet zou afstemmen op de unieke structuur van mijn heupen (wat niet het geval was), was het slechts een kwestie van tijd voordat ik mezelf zou bezeren.

Sindsdien zie ik de subtiele verschillen in de manieren waarop mannen zitten – de spreidingsbreedte van hun benen, hoeveel ze naar voren of achteren leunen en of hun voeten asymmetrisch staan of niet. (Mijn linkervoet staat verder naar buiten gekeerd dan mijn rechter – nog een reden waarom een conventionele sporttechniek vroeger of later problemen zou opleveren.) Al deze dingen laten de bijna oneindige variaties zien in de bekkenstructuur en de voorouderlijke afkomst van de manspreader.

Als je het woord 'manspread' in een artikel of opiniestuk leest, kun je er vrijwel zeker van zijn dat het niet gaat over hoe natuurlijk het voor vrouwen is om met hun knieën dicht bij elkaar te zitten en hun enkels over elkaar, maar diezelfde positie pijnlijk kan zijn voor een man als ik.

De kans is groter dan je een verhaal leest zoals dit stuk van Mic, waarin goed wordt opgemerkt dat de ruimte die mannen en vrouwen innemen "inherent aan gender" is. De auteur van het stuk schrijft deze genderverschillen echter niet toe aan anatomie, of de onwetendheid van mannen die zich niet realiseren dat ze zich buitenproportioneel veel ruimte toe-eigenen. In plaats daarvan koppelt het manspreading aan machtsdynamiek: "Het zorgt er niet alleen voor dat mensen zich gesterkt voelen in hun machtspositie, het vergroot ook de kans dat ze stelen, vreemdgaan en verkeersregels overtreden." Dus als je aan manspreading doet, ben je in feite Trump maar dan zonder het vastgoedimperium.

McGill had nog nooit van de term 'manspreading' gehoord, maar zag meteen een verband met zijn werk met topsporters. Hieronder zie je bijvoorbeeld een foto van de legendarische gewichtheffer Vasili Aleksejev terwijl hij zit, naast een foto waarop hij aan het gewichtheffen is.



Min of meer dezelfde houding, toch? Hoewel ik slechts de helft weeg van Aleksejev (die 160 kilo woog) geldt hetzelfde voor mij. Dat weet ik omdat McGill de twee tests in deze video deed om mijn ideale squattechniek te bepalen. (Je kunt de tweede test zelf doen.) "De meeste mannen ondervinden tijdens het zitten de minste spanning als ze hun knieën uit elkaar hebben," zegt hij.

Dit is wat er gebeurt als iemand zoals ik met z'n knieën dicht bij elkaar zit: de ronde bal aan de bovenkant van het dijbeen knelt tegen de buitenkant van de heupkom, waardoor het labrum [de ring van kraakbeen rondom het heupgewricht] onder spanning komt te staan. Om in de houding te komen moet ik de adductoren [een groep spieren in het bovenbeen] aan de binnenkant van mijn dijen activeren. Dat zorgt automatisch voor weerstand van de abductoren aan de buitenkant van mijn dijen, waardoor er een spanning ontstaat die helemaal tot in mijn onderrug kan lopen. Op het moment dat ik mijn spieren ontspan, springen mijn dijen uiteen, waardoor er een afstand van ongeveer dertig centimeter tussen de beide knieschijven ontstaat – ruim driekwart van de afstand tot een behoorlijke manspread.

Aan de andere kant hebben vrouwen bredere bekken en dijbenen, die zich op een natuurlijkere wijze richten tot het middelpunt van het lichaam, in plaats van ervandaan. Met je knieën dicht bij elkaar zitten is bij hen meestal een stressvrije houding, hoewel dat verandert tijdens de zwangerschap, wanneer het gewicht van de buik de knieën naar buiten drukt.

De verschillen in heupanatomie hebben niet alleen te maken met geslacht, je afkomst speelt ook mee. Een fascinerend gevolg van deze verschillen, zegt McGill, is de nauwe relatie tussen orthopedische ziektecijfers en atletisch vermogen. Polen, bijvoorbeeld, is het epicentrum van heupdysplasie – heupen die uit de kom schieten – maar omdat de ondiepe heupkommen heel diepe squats toelaten, waarbij je kont je enkels raakt, komen er uit Polen ook veel grote Olympische gewichtheffers.

Daarentegen hebben mensen met Keltische heupen veel meer kans om heupimpingementsyndroom te krijgen, als gevolg van het beperkte bewegingsbereik door hun diepe heupkommen. Die diepe kommen zijn voor hen nadelig onderaan een squat, maar ze kunnen wel een enorme kracht genereren vanuit een meer rechtopstaande houding. Dat verklaart mede waarom de Schotten golf en paalwerpen hebben uitgevonden en de Britten rechtopstaand boksen met blote vuisten hebben gepopulariseerd.

Aan de andere kant van de aardbol maken de Aziatische vechtsporten gebruik van een lager zwaartepunt en extreme heupmobiliteit, om de potentiële lengte en kracht van hun tegenstanders tegen hen te gebruiken.

Je kunt het zelfs zien aan volkstradities. De Oekraïense Kozakkendans wordt mogelijk gemaakt door relatief kleine dijbenen, en de Ierse stepdance zou geen voet aan de grond hebben gekregen in een samenleving waar mensen gemakkelijk een split kunnen doen.

Voor de duidelijkheid, niets van dit alles rechtvaardigt mannen die zich gedragen als klootzakken in het openbaar vervoer, waarin we allemaal een beetje ongemak op de koop toe moeten nemen om op de plekken te komen waar we moeten zijn. Ik zeg ook niet dat het probleem zit in het hebben van een pik en ballen, en dat we zonder manspreading onze testikels zouden verbrijzelen tussen onze absoluut verbluffende adductoren. Ik ben een trots lid van de gemeenschap van penishebbers, maar ik garandeer dat je niet zó ver met je benen uit elkaar hoeft te zitten om te vermijden dat je je Jodocus en zijn twee kroonjuwelen verplettert.

Maar het is niet alsof de anti-manspreadingsargumenten boven onderbuikgevoelens uitstijgen. Neem het onderzoek dat in het artikel op Mic werd genoemd. Het heet The Ergonomy of Dishonesty, en het behandelt gender niet eens. Als je het helemaal leest zie daarnaast ook nog eens dat de conclusies niet geheel negatief zijn. Er staat dat "incidentele expansieve houdingen" positieve effecten kunnen hebben, waaronder "verlichting van pijn en stress" en "prosociaal- en sociaalverantwoorde resultaten, als in de situatiecontext die doeleinden opvallen."

Tot slot wil ik dit zeggen tegen mijn mededragers van het Y-chromosoom: met een grote manspread komt een grote verantwoordelijkheid. We hoeven ons niet te verontschuldigen als we beschikbare ruimte innemen, maar als die ruimte niet beschikbaar is, is het aan ons om ons even op te offeren en die knieën bij elkaar te houden.