Snoozen verpest je hele dag, en dit is hoe je ermee stopt

Snoozen is niet alleen slecht voor ons humeur en onze slaappartners – het verneukt ook onze hersens. Waarom doen we het dan? Ik, snoozeliefhebber, vroeg het aan snooze-expert Els van der Helm.

|
mei 9 2018, 9:05am

Ik ben best een gelukkig mens. Maar elke ochtend ben ik steevast ongelukkig. Echt doodongelukkig. Ik vind wakker worden en mijn ogen open moeten doen vreselijk. Het geluid van mijn wekker gaat door merg en been. Elke dag weer is wakker worden als een nare mindfuck die maar niet went.

Om het echte ontwaken uit te stellen, snooze ik daarom elke ochtend gemiddeld zo’n vijf à zes keer en dan bedenk ik – met mijn ogen dichtgeknepen – hoe moe ik ben en dat ik al mijn sociale afspraken voor de rest van de dag ga afzeggen. Op dieptepunten snooze ik drie kwartier lang. Mijn wekker gaat dan om de zeven minuten. Als ik dan wil voorkomen dat mijn vriend een ochtendhumeur krijgt en dat de rest van de dag blijft houden (“je was weer lekker irritant vanochtend”), houd ik mijn wekker naast mijn hoofd onder de dekens, zodat ik de enige ben die ’m hoort en ongestoord op ‘snooze’ kan drukken.

Die snoozeknop kan ik inmiddels met mijn ogen dicht vinden.

Nu lijkt het net alsof ik snoozen verheerlijk. Maar ik vind het ontzettend verneukeratief. Ik word nóg vermoeider wakker als ik snooze, dan wanneer ik meteen uit bed spring. Waarom doe ik het dan?

“We snoozen omdat ons brein ons aangeeft dat we nog niet genoeg hebben geslapen,” vertelt Els van der Helm, slaapexpert en neurowetenschapper. “Je hersenen willen je er heel graag toe bewegen om verder te slapen. En je valt makkelijk in slaap omdat je bij het ontwaken niet in één keer wakker bent. De transitie van slapen naar wakker zijn is er niet in één seconde. Bovendien weten je hersenen ook niet dat de wekker over negen minuten weer gaat, dus je valt gewoon weer even in slaap en je lijf denkt dat je een nieuwe slaapcyclus begint.” Heel vervelend: er komt geen nieuwe slaapcyclus, er komen slechts een paar snoozeminuten bij. Hoi mindfuck.

Door snoozen gaat de kwaliteit van je slaap achteruit, zegt Timothy Morgenthaler, hoogleraar geneeskunde en voormalig directeur van de American Academy of Sleep Medicine. Een gemiddelde slaapcyclus duurt ongeveer 90 tot 120 minuten. Door te snoozen hakken we die laatste slaapfase in stukjes en worden we vermoeider wakker.

Daarnaast wijst Van der Helm erop dat als je het moment van opstaan verplaatst, je biologische klok in de war raakt. Je slaapritme wordt verpest, en je lichaam weet niet meer goed wanneer het hormonen moet aanmaken die je helpen om te ontwaken. De ene persoon heeft een sterkere snoozebehoefte dan de ander. Als je die heel sterk hebt, kan dat twee dingen betekenen, zegt Van der Helm:
  1. Je gaat te laat naar bed
  2. Je bent geen ochtendmens

In mijn geval gaan beide redenen op. Aan de eerste is meteen iets aan te doen: eerder gaan slapen. De tweede kan ook nog goedkomen, want naarmate je ouder wordt, verander je over het algemeen meer in een ochtendmens. “Kinderen zijn bij uitstek ochtendpersonen, tieners zijn extreme avondpersonen en eind 20 gaan we allemaal een beetje terug en worden we weer ochtendpersoon,” legt Van der Helm uit.

Het zit daarnaast ook een beetje in de familie; of je een ochtend- of avondmens bent wordt genetisch bepaald. “Je zou eigenlijk het liefst willen dat elk mens acht uur slaap krijgt, en zelf mag bepalen hoe laat hij of zij naar bed gaat en opstaat.” In een ideale wereld zouden avondmensen dus later op werk mogen beginnen en later klaar zijn. Maar dat kan niet in onze maatschappij: die is nou eenmaal – heel gemeen – ingericht op vroeg fluitende vogels.

Gelukkig kun je zelf ook je biologische klok een beetje anders instellen, zodat je je minder moe voelt in de ochtend en minder de neiging hebt om te snoozen. “Opstaan wordt makkelijker als je het iedere dag op dezelfde tijd doet,” zegt Van der Helm. “Ook in het weekend. Want voor die biologische klok is elke 24 uur hetzelfde, of het nu een zaterdag of een maandag is. Als je dit elke dag consequent doet, kan het zijn dat je op een gegeven moment zelfs niet eens meer een wekker nodig hebt.”

Wie zijn snoozegedrag op korte termijn wil veranderen, doet er goed aan zo laat mogelijk op te staan en snoozetijd niet in te calculeren. Dan heb je A) zo veel mogelijk slaap binnen, en B) zo weinig mogelijk tijd om te snoozen.

Daarnaast is het heel goed om, zodra je wakker wordt, in beweging te komen. “Ga dus meteen je bed uit als je wekker is gegaan,” zegt Van der Helm. “Zet je wekker ergens anders, waardoor je een stukje moet lopen. Geef je brein niet de kans om te bedenken: hé, ik kan weer in slaap vallen…”

Wat ook helpt: licht. Doe de gordijnen meteen open, want vooral zonlicht helpt enorm. Zo geeft je brein een fijn seintje aan je lijf: geen nieuwe slaapcyclus meer, het actieve leven begint. En dat is toch wel iets eerlijker dan elke ochtend opnieuw je hersenen voor de gek houden door oneindig vaak op ‘snooze’ te drukken.