Foto door Christina Felsing/Getty Images.

Door mijn zwangerschap worstelde ik tien maanden met psychoses en een nachtmerriestoornis

'Mijn dochtertje van drie heeft me zien huilen, schreeuwen, flauwvallen; soms pakte ze zakdoekjes om mijn tranen af te vegen'

|
mei 11 2018, 10:43am

Foto door Christina Felsing/Getty Images.

Eén op de 1000 vrouwen krijgt een postpartum psychose, ofwel een ‘kraambedpsychose’. Het is een zeldzame, maar ernstige aandoening die vaak binnen een week na de bevalling ontstaat. De kraamvrouw kan daarbij een gevaar vormen voor zichzelf en haar pasgeboren baby, en heeft vaak niet door dat ze ziek is en hulp nodig heeft. De oorzaak is nog een mysterie, maar vrouwen die het overkomt moeten acuut worden opgenomen, zeggen de auteurs van een recente studie over het onderwerp. “Ze worden schijnbaar zonder aanleiding plots manisch of psychotisch, met het risico dat zij zichzelf of hun baby wat aandoen.” Charlotte (26) maakte het mee en vertelt hoe dat is.

"Twee jaar geleden zag mijn leven er rooskleurig uit: ik had een lieve man en een mooie dochter, we zouden gaan verhuizen, en ik was zwanger van ons tweede kindje. Maar al snel volgde het ene na het andere drama.

In de negentiende week van mijn zwangerschap begon ik heel veel bloed te verliezen. Drie keer was het bloedverlies zo groot dat de hele vloer onder zat. Het was vreselijk en ik werd er meerdere keren voor opgenomen in het ziekenhuis. Tijdens de controles zagen de dokters dat mijn bloeddruk bleef schommelen en mijn lichaam achteruit ging, maar ze wisten niet waarom.Daarna werd het alleen maar erger. In de maanden erna viel ik zes keer flauw door een te lage bloeddruk. Het ergst was de keer dat ik daardoor van de trap viel. Ik werd toen afgevoerd met de ambulance; mijn rug en been waren gekneusd en ik had een flinke hersenschudding. Een andere keer viel ik bij het flauwvallen zo hard op mijn buik dat de baby ophield met bewegen.

Ik werd vreselijk bang om opnieuw flauw te vallen en steeds bezorgder. “Stel je voor dat mijn dochtertje het weer ziet,” dacht ik dan, “dat kan toch niet?” Maar ik hield me stoer en vertelde mezelf dat het allemaal wel goed zou komen zodra ik zou bevallen.

De nachtmerries werden hels, ik bleef hele nachten zittend op de bank wakker

Uiteindelijk werd ik in mei, ongeveer een maand voor ik was uitgerekend, ingeleid en beviel ik van een gezond zoontje. Hoewel de bevalling hartstikke goed was gegaan, huilde ik veel. Mensen om me heen zeiden dat het kraamtranen waren en het vanzelf over zou gaan. Dat geloofde ik niet helemaal, maar besloot het inderdaad toch maar even uit te zitten.

Ik werk in de zorg, waardoor ik altijd al regelmatig in aanraking ben geweest met bloed. Bloed zien is nooit een probleem voor me geweest. Maar door de akelige gebeurtenissen tijdens mijn zwangerschap, ontwikkelde ik na de bevalling een angst voor bloed. Ik had niet meteen door dat het een fobie was geworden.

Twee, drie weken na de bevalling kreeg ik ineens elke nacht ernstige nachtmerries, waarbij ik steeds weer dezelfde beelden van de plassen bloed op de grond zag. Ook droomde ik over enge mensen en het ziekenhuis, en hoorde ik gegil in mijn dromen. Dat maakte me heel paniekerig. Vaak werd ik badend in het zweet wakker, zat ik rechtop in bed door een nachtmerrie of maakte ik uit angst mijn man wakker.

De nachten werden hels en ik durfde niet meer te gaan slapen, uit de angst om dezelfde beelden weer in mijn dromen te zien. Ik bleef hele nachten zittend op de bank wakker en werd steeds banger. Omdat ik ontzettend moe was, probeerde ik soms toch even te slapen of overdag een dutje te doen als er een oppas was. Overdag voelde ik me iets rustiger door het daglicht en kon ik wat meer slapen.

Zo’n vier weken na mijn bevalling begonnen die slapeloze nachten me op te breken. Ik was doodop en kon mijn tranen niet meer voor mezelf houden. Dus besloot ik hulp te zoeken en naar de huisarts te gaan. Hij vertelde me dat ik oververmoeid was en een zwangerschapsdepressie had, en gaf me antidepressiva mee. Ook schreef hij me slaapmedicatie voor. Ik probeerde een aantal verschillende soorten slaappillen uit.

Terwijl ik normaal altijd veel aandacht voor mijn uiterlijk had, verzorgde ik mezelf amper meer. Ook at ik slecht en zat ik alleen maar op de bank als een zoutzak. De mensen in mijn omgeving zeiden dat ik steeds verder achteruit ging. Ik werd heel gestrest, ook omdat ik ook nog twee kinderen had om voor te zorgen – terwijl ik eigenlijk al niet meer zo goed voor mezelf kon zorgen. En ik begon te twijfelen of ik wel een goede moeder was.

Ik mocht niet alleen zijn met mijn kinderen. Als mijn man aan het werk was, moest er altijd een familielid of oppas in de buurt zijn

Ondanks alle slaapmedicatie bleven de nachtmerries nog steeds dagelijks komen. Ook de antidepressiva hielpen weinig. Een paar dagen na het huisartsbezoek zat ik ‘s avonds met mijn man tv te kijken op de bank, toen ik ineens allemaal mensen in de woonkamer zag staan. Ik knipperde een paar keer met m’n ogen en dacht dat ze daarmee wel zouden verdwijnen. Maar dat was niet het geval. Ik durfde het niet te vertellen aan mijn man en zei dat ik moe was en naar bed ging.

De volgende dag begon ik ook overdag enge dingen te zien. Ik zag bloed op de mensen om me heen. En als ik in de spiegel keek, zag ik bloed op mezelf. Ik wist dat het wanen waren, dat de dingen die ik zag niet echt waren. Eerst dacht ik dat het vanzelf weer over zou gaan – maar het werd alleen maar erger en al snel begon ik ook de hele dag door stemmen in mijn hoofd te horen, die allemaal lelijke dingen zeiden of me opdrachten gaven. Zoals “pak een mes” of “rij tegen de boom”.

De verschrikkelijke dingen die ik zag en hoorde kon ik geen plaats geven. Mijn hoofd maakte overuren maar niemand mocht dat merken. Ik wilde alles alleen doen en niemand met mijn psychische klachten opzadelen. De stemmen wilden de baas over me zijn. We hadden net een supermooie baby gekregen, en daar wilde ik met mijn man en dochtertje van genieten. Ik wilde niet dat dat verwoest zou worden door mijn mentale problemen. En dus probeerde ik die weg te stoppen en niet te luisteren naar de stemmen in mijn hoofd. Elke nacht voordat ik ging slapen, hoopte ik dat ze de volgende dag weg zouden zijn. Maar dat gebeurde niet; ze lieten me niet met rust.

De wanen maakten me het allerbangst, die waren verschrikkelijk. Ik snapte wel dat ze niet bestonden, maar tóch zag ik ze. Soms dacht ik dat het beter zou zijn voor mijn omgeving als ik er niet meer was. Ik wilde gewoon genieten van mijn gezin, maar dat lukte absoluut niet. Hoewel ik het liefst bleef doen alsof er niets aan de hand was, besefte ik dat het alleen maar erger werd en ik hulp moest zoeken.

Ik was kapot, bang voor mezelf, en had een gezin om voor te zorgen en vechten. Dus besloot ik open kaart te spelen en aan de bel te trekken. Ik ging weer terug naar de huisarts en vertelde hem over de stemmen en de beelden. Diezelfde middag nog verwees hij me door naar het Erasmus MC, waar ze me vertelden dat ik geen depressie had maar getraumatiseerd was door mijn zwangerschap – en door het verdringen van de verschrikkelijke gebeurtenissen een nachtmerriestoornis* en psychoses had gekregen.

Het voelde alsof de grond onder m’n voeten wegzakte en mijn wereld helemaal instortte – ik kon gewoon niet geloven en accepteren dat ik psychotisch was. Ik was helemaal van de kaart. Het liefst wilde ik mijn wanen blijven ontkennen en verzwijgen, hoewel ik wist dat dat niets hielp. Zelf begreep ik ook niet hoe ik dingen die er niet waren kon horen en zien. Ik ben altijd een sterke vrouw geweest die de hele wereld aankon. Ik wilde altijd alles perfect hebben en goed doen – ik wilde niet zwak of ziek zijn. En wat zouden mensen wel niet van me denken? ‘Daar heb je die gek met haar psychoses?’

De artsen in het Erasmus MC wilden me meteen laten opnemen. Maar dat weigerde ik, wat gelukkig ook kon. Ik kreeg een speciaal verplegend team toegewezen, dat dagelijks op bezoek zou komen. De volgende dag stonden ze voor mijn deur met een mandje vol medicatie die zou helpen tegen de psychoses.

Door mijn waanbeelden mocht ik niet meer alleen zijn met de kinderen: dat was niet veilig en verantwoord. Als mijn man aan het werk was, moest er altijd een familielid of oppas in de buurt zijn om mij te helpen met de kinderen en het huishouden. Naast het team met verpleegkundigen, kwam er ook elke dag een psychiater langs om te kijken hoe het met me ging. Ik wilde mijn kindjes gelukkig zien en voor ze zorgen – ik wilde niet dat een ander dat zou doen. Maar dat ging niet altijd en dat maakte me heel verdrietig.

Ik kon niet voor mijn kindjes zorgen, zag stemmen en beelden, en ik was bang voor alles, inclusief mezelf. Ik vroeg me voortdurend af wat ik hiermee aan moest en wanneer de psychoses nou eindelijk weg zou gaan. Hoewel ik niet opgenomen wilde worden, wist ik dat dat wel het beste was om te doen, en dat ik er niet onderuit zou kunnen komen. Uiteindelijk liet ik mezelf vrijwillig opnemen op een gesloten afdeling van het Erasmus MC. Maar omdat de kinderen daardoor naar opa en oma moesten en ik het daar zo moeilijk mee mee had, hield ik het er maar vier dagen uit.

Toen ik weer thuis was en wat stabieler werd, begon ik met wekelijkse EMDR-therapie. Dat leek me in het begin een beetje zweverig. Maar omdat ik er zulke goede dingen over had gehoord, wilde ik het zeker proberen. De behandeling is voor mensen die iets traumatisch hebben meegemaakt en blijven worstelen met klachten of angsten die daardoor zijn ontstaan. De therapeut vroeg me om terug te denken aan de akelige herinneringen. Terwijl ik dat deed maakte ze wat handbewegingen en keek ik naar lichtbalken en bewegingsapparaten. Het is een beetje moeilijk uit te leggen, maar in combinatie met die oogbewegingen helpt de therapie om het trauma te verwerken.

Soms heb ik het gevoel dat het woordje ‘psychose’ op mijn voorhoofd staat geschreven, dat mensen me nu anders behandelen

Eerst geloofde ik niet dat het zou werken, maar ook bij mij was het gelijk een succes: al tijdens de eerste sessie voelde ik alle narigheid uit mijn lichaam verdwijnen en sindsdien zijn de nachtmerries en psychoses weggebleven – met uitzondering van een terugval die twee, drie dagen duurde.

Het zit misschien tussen m’n oren, maar soms heb ik het gevoel dat het woordje ‘psychose’ op mijn voorhoofd staat geschreven, dat mensen me nu anders behandelen dan voorheen. Ik ben bang dat ik altijd gevoelig zal blijven voor psychoses. Maar omdat ik mezelf zo ben tegengekomen, heeft het me ook sterk gemaakt.

Ik heb nu al bijna tien weken geen last meer van nachtmerries en psychoses. De EMDR-behandeling loopt op z’n einde; ik heb er ongeveer tien gehad. Ik gebruik geen slaapmedicatie meer en slik alleen nog een hoop pillen voor mijn psychoses. Daar kom ik ook niet zo snel vanaf, maar dat maakt me niet uit: ik ben gewoon blij dat het nu goed gaat, en hoop dat dat zo blijft.

Mijn man heeft zich de hele tijd groot gehouden, maar was wel heel bezorgd. Hij wist niet hoe hij op mijn psychoses moest reageren en ermee om moest gaan, maar heeft supergoed z’n best gedaan om het te begrijpen. Voor hem was het ontzettend zwaar, maar hij trok me uit de diepste dalen.

Ook mijn dochtertje, dat toen drie jaar was, heeft veel doorgemaakt. Ze heeft me zien huilen, schreeuwen, flauwvallen. Dat was vreselijk. Ze wilde me altijd helpen. Soms pakte ze zakdoekjes om mijn tranen af te vegen. Dat was natuurlijk ontzettend lief, maar niet zoals het hoorde: ik hoorde háár tranen te drogen. Haar een kus op de wang te geven en te zeggen: “Het komt goed, liefje.” Ik had het gevoel dat ik als mama niet ziek kon en mocht zijn.

Wat ik heb geleerd is om niet alleen goed voor mijn kinderen te zorgen, maar ook voor mezelf. Want ze hebben een gezonde, vrolijke moeder nodig. Mijn advies aan anderen die hetzelfde doormaken is: ga meteen naar de huisarts. Hoewel ik het daarmee niet had kunnen voorkomen, is het wel steeds erger geworden omdat ik er zo lang mee had gewacht. Maar alleen kom je er niet uit. Durf om hulp te vragen.

-

*In Nederland heeft naar schatting circa 2 tot 5 procent van de volwassenen meer dan één keer per week een nachtmerrie. Maar als de nachtmerries blijven terugkomen, je overdag achtervolgen en bang maken om te gaan slapen, kan er sprake zijn van een nachtmerriestoornis.

Iedereen kan last krijgen van een psychose of nachtmerriestoornis door uiteenlopende oorzaken. Herken jij jezelf in dit verhaal? Maak dan een afspraak met je huisarts, die je door kan verwijzen naar professionele hulpverleners. Ook andere hulpverleners die werken in een GGZ-instelling, zoals een bedrijfsarts, specialist of psychiater, mogen je verwijzen.

Is er iemand in je omgeving die lijdt aan een psychose of nachtmerriestoornis en daar niet voor wordt behandeld? Probeer dan de persoon te motiveren om vrijwillig professionele hulp te zoeken. Lees hier wat je nog meer (en wat je beter niet) kunt doen voor iemand met een psychose.