Wat ik leerde toen ik mannen op hiv testte in homobadhuizen

Ik probeerde mensen die nooit een kliniek zouden betreden toch de nodige zorg te verlenen.

|
12 maart 2019, 2:23pm

Sopa Images / Getty

Een hoop mensen met hiv laten zich niet testen vanwege het stigma dat eraan kleeft. Dat verklaart deels waarom er in de VS bijna 1,1 miljoen mensen met het virus leven zonder dat ze dat weten, en zo ook het risico lopen het te verspreiden. In Nederland leven er volgens het Aidsfonds naar schatting 23.100 mensen met hiv, waarvan 2.300 zich daar niet bewust van zijn.

Als zwart, queer persoon die al jaren actief is als hiv-bestrijder – als activist, maar ook als hulpverlener die tests afneemt en adviezen geeft – weet ik dat ik het me niet kan veroorloven om terughoudend te zijn in het gevecht tegen dit virus. Naar schatting treft het bijna de helft van alle zwarte mannen in Amerika die seks hebben met andere mannen (de MSM), en volgens cijfers van hiv-conferentie A Paradigm Shift zijn het vooral zwarte vrouwen van alle Amerikaanse vrouwen die geïnfecteerd raken.

Tijdens mijn werk bij een van de oudste zwarte organisaties in de VS die tegen hiv strijdt, heb ik geleerd hoe belangrijk het is om onder de mensen te zijn, en ervoor te zorgen dat je een bekend gezicht wordt. Juist bij mensen die slecht behandeld zijn in de medische industrie, is het opbouwen van een vertrouwensband noodzakelijk om vooruitgang te boeken.

Toen ik in Washington D.C. werkte, ging ik twee keer per week met mijn draagbare testkit – met tests voor hiv, hepatitis C, gonorroe en chlamydia – naar het plaatselijke badhuis. Voor iedereen die hier niet mee bekend is: een badhuis is ongeveer hetzelfde als een spa, maar dan met ruimtes waarin je makkelijk seks kunt hebben. De plek waar ik mijn tests uitvoerde was dus een soort spa en seksclub ineen, waar bezoekers van allerlei verschillende achtergronden, klassen en leeftijden samenkwamen.

Ik werkte graag in het badhuis, omdat het een belangrijke plek is om mensen het belang van tests in te laten zien. Het is een omgeving waar relatief veel soa’s worden overgedragen, en waar mensen rondlopen die uit zichzelf niet zo snel naar een kliniek zouden gaan voor dit soort dingen. Ik voelde me verantwoordelijk om dat alsnog te faciliteren.

Een onderwerp waar ik het onder andere graag over had, was schadebeperking. Als je erkent dat mensen sowieso wel vroeg of laat seks gaan hebben, is de belangrijkste vraag hoe je de risico’s zoveel mogelijk beperkt. Op Amerikaanse scholen is seksuele voorlichting over het algemeen niet goed genoeg. Het is zelfs nog slechter bij lhbt-mensen, die vaak geen relevante voorlichting krijgen. De voorlichting waarbij je leert om geen seks te hebben voor het huwelijk – die in de VS zeer populair is – is geen effectieve manier gebleken om tienerzwangerschappen of soa’s te voorkomen. Schadebeperking is daarentegen een realistische manier om mensen te redden en hun kwaliteit van leven te verbeteren.

De gesprekken die ik daarover voerde in het badhuis, gingen vaak over condoomgebruik, aangezien mensen er vaak verschillende sekspartners hebben. Ik zei bijvoorbeeld dat, als ze ervoor kozen om orale seks te hebben zonder condoom, ze op z’n minst condooms moesten gebruiken tijdens anale seks – het risico op besmetting via anale seks is namelijk hoger.

Het viel me op hoe open mensen waren over hun seksuele geschiedenis. In de kliniek waren er geregeld cliënten die zich ervoor schaamden, of bang waren voor wat eruit zou komen. Maar in het badhuis waren ze veel meer bereid om te praten over soa’s en wat ze ertegen zouden kunnen doen. Dat zit ‘m alleen al in het feit dat mensen in testomgevingen normaal gesproken gekleed zijn. Ik zat in de hoofdruimte, waar mensen slechts een handdoek om zich heen hadden, of zelfs helemaal niets. Een test duurde meestal ongeveer een kwartier, en vond plaats in de badkamer. Tijdens zo’n sessie prikte ik bloed om zowel op hiv als Hepatitis C-test te testen. Ook moesten ze met een wattenstaafje een anaal uitstrijkje maken, en nam ikzelf een oraal uitstrijkje af, om eventuele andere soa’s te detecteren.

Terwijl ik de cultuur rondom hiv vanuit de gemeenschap probeerde te beïnvloeden, merkte ik dat ik er ook zelf anders over ging denken, en de lessen die ik leerde op mezelf ging toepassen. Het badhuis stelde me in staat om mijn eigen grenzen te verleggen, en om mijn seksuele vrijheid meer te durven ontdekken. Eerst was ik bang voor dit soort plekken, vooral voor wat andere mensen van mijn aanwezigheid zouden vinden. Pas toen ik zag dat er ook vrienden van mij in het badhuis kwamen terwijl ik aan het werk was, kon ik wat van het stigma afbreken dat ik stilletjes met me meedroeg. Het stigma dat homoseksuele mannen seksueel losbandig en roekeloos zouden zijn, bijvoorbeeld in badhuizen. Ik begon ook te beseffen hoe belangrijk het is om dit soort subculturen binnen de lhbt-gemeenschap te erkennen, een vertrouwensband met ze op te bouwen en te helpen met testen.

Omdat ik weet hoe hoog de infectiecijfers liggen bij lhbt’ers van kleur, probeer ik wat ik geleerd heb in het badhuis toe te passen op een nationaal niveau, als schrijver en voorvechter van de zaak. De achterhaalde retoriek uit de medische wereld en hun weinig inspirerende acties op dit gebied, hebben we al vaak genoeg gehoord. Er worden loze beloftes gemaakt om hiv in 2030 uitgebannen te hebben, maar het beleid sluit daar amper op aan. Er liggen zelfs voorstellen om te bezuinigen op budgetten voor hiv-bestrijding.

Mensen die in deze sector werken weten inmiddels dat, wat er aan de top ook gebeurt, we op een microniveau moeten werken. Dat betekent dat we de kwetsbare gemeenschappen moeten blijven opzoeken, en het vertrouwen moeten zien te krijgen van mensen die vaak als seksueel afwijkend worden gezien – of erger nog: slechts als een getal.

Volg ons op Facebook voor meer gezondheidsverhalen en advies voor onvolmaakte mensen.