Quantcast
Illustratie door Nanna de Jong

Jonge mensen vertellen wat de vechtscheiding van hun ouders met ze deed

Lisanne van Sadelhoff

Wat is de geestelijke schade als je ouders elkaar in de haren vliegen? Twee kinderen-van vertellen. "Als ik nu zelf ruzie heb, raak ik in paniek."

Illustratie door Nanna de Jong

Yannick (26) uit Amersfoort was 18 toen zijn vader opbiechtte dat hij een affaire had.

Of nou ja, zo veel viel er niet meer op te biechten. Toen mijn pa niet thuis was, was zijn vriendin naar ons huis gegaan. Mijn moeder deed de deur open. Ons gezin stortte in. ‘We gaan scheiden’, was de boodschap aan de keukentafel. Twee weken later was mijn vader weg. Ik zag het intense verdriet van mijn moeder, en was woedend op mijn vader. Wóédend. We waren zo'n liefdevol, fijn en hecht gezin. Mijn vader denderde keihard van zijn voetstuk. Ik weet nog hoe ik met mijn vuist tegen de muur sloeg. Ik voelde niets, zo boos was ik. De eerste paar maanden wilde ik hem niet zien.

Het ergste was de alimentatie-oorlog die volgde. Mijn moeder had parttime gewerkt, zodat mijn vader fulltime kon blijven werken. Dus behalve kinderalimentatie voor mijn broertje, wilde zij partneralimentatie. Ik begreep dat. Mijn vader betaalde wel wat, maar ze waren het niet eens over de hoogte van het bedrag.

Toen werd de sfeer naar. Dan was ik twee weken met mijn vader en broertje naar Afrika gegaan, en dan zei mijn moeder: "O, hij kan dus wel zo’n dure reis met jullie maken, maar niet zijn ex betalen." Mijn ouders hadden gewoon niet door dat wij zo veel stress hadden als het over de scheiding, het geld en de afspraken ging. Dat is pijnlijk. Ik stond er tussenin, omdat ik alles wilde weten. Dat 'alles willen weten' was mijn valkuil, maar dat wist ik toen nog niet.

Terwijl mijn ouders naar de rechter stapten, ging ik avonden achter elkaar stappen om mijn woede en verdriet te vergeten. Het was een kortetermijnoplossing. Dat besefte ik pas een jaar later, toen ik om de kleinste dingen moest huilen. Draaide ik een mooi nummer – zat ik weer te janken.

Ik zat totaal aan de grond. Was zo moe. En boos, onzeker, verdrietig. Ik kon de vinger er niet goed op leggen, maar wist: dit ging dieper dan de studentikoze katers die ik weleens had na het uitgaan. Ik besloot naar mijn vader te gaan. Ik had op dat moment iemand nodig die kon zeggen: 'Het komt goed'. Zo iemand is mijn pa. Ik ging op zijn bank liggen huilen, en besloot daarna om naar een psycholoog te gaan. Want zo loste ik niet alles op.

Door die gesprekken leerde ik anders te kijken naar mijn vader. Hij is dan wel geen goede partner geweest voor mijn moeder, aan het eind, maar hij is áltijd een topvader geweest. Hoe mijn vader was als partner, wil niet zeggen dat hij ook zo is als vader. Dat besef was een omslagpunt en deed me echt beter voelen.

Het oud zeer is nu weggesijpeld. Het was goed dat ik mijn problemen heb aangepakt. Daar word je als mens sterker door. Bovendien heb ik mijn ouders vergeven. Ze hebben een keer sorry gezegd. Maar ze hebben ons altijd liefdevol opgevoed.

Mijn kijk op huisje-boompje-beestje is wel veranderd. Ik heb nu een relatie. Het is nog pril, maar het gaat heel goed. Ik denk alleen niet te ver vooruit. Ik wilde altijd trouwen, was altijd best romantisch. Nu vraag ik me af: zou ik willen trouwen? Dat komt echt door de scheiding. Relaties gaan soms stuk, ik zag het met eigen ogen. Ook als ze sterk waren. Ik bekijk de liefde niet meer continu door een roze bril

Kim (21) vond de scheiding van haar ouders zelf, op haar vijftiende, nog niet het allerergste.

Het werkte gewoon niet meer tussen mijn ouders. Ik zag het aankomen. Maar de ruzies die volgden – vooral over geld – díe waren rot. Alles wat ze tegen elkaar zeiden, schreeuwden ze.
Als er gesprekken moesten plaatsvinden, dan gebeurde dat op neutraal terrein. Ik vergeet nooit hoe ik met mijn vader naar de Ikea liep, waar mijn moeder en mijn zusje op ons wachtten. Alsof wij als kinderen meededen met die ruzie, alsof wij ook partij moesten kiezen. Terwijl mijn zusje en ik Zweedse gehaktballetjes aten, werden praktische zaken als verjaardagen besproken. Ze gingen in ieder geval niet schreeuwen.

Maandag, dinsdag en woensdagochtend waren mijn zusje en ik bij papa, woensdagmiddag, donderdag en vrijdag bij mama. In de weekenden om en om. Het was fijn allebei mijn ouders te zien. Maar dat zeulen met spullen, omdat ze ons niet wilden brengen: vreselijk. Ik voelde me eenzaam, maar wilde mijn vriendinnen, die wel nog gelukkige ouders hadden, er niet mee lastigvallen. Ik weet nog dat ik in de pauze naar mijn klasgenoten keek. Die maakten lol. Ging allemaal totáál langs me heen. Ik deed niet meer mee. Toen besefte ik dat ik heel ongelukkig was.

Wat ook lastig was, was dat er nieuwe partners kwamen. De tweede nieuwe partner van mijn vader, daar ging het mis. Een drama. Ik kon niet goed met haar opschieten. Toen we onze vader vroegen of we een tijdje alleen bij onze moeder mochten wonen, pakte hij onze sleutels van zijn huis af. Dat was heftig. Hij pakte er ook ons huis mee af. En onze vader-dochterband.

Een tijdje daarna vroeg mijn moeder: "Wanneer is de laatste keer dat je hebt gelachen?" Heel erg, maar ik wist het gewoon niet meer. Toen besefte ik dat ik moest gaan praten. Eerst met vriendinnen – dat luchtte op. Daarna met een psycholoog. We schreven een brief naar mijn vader, en de psycholoog leerde me zekerder in mijn schoenen staan, voor mezelf op te komen.

Met mijn moeder heb ik alles uitgesproken, mijn vader zie ik nooit. Ik mis de vader die hij was, niet de vader die hij nu is geworden.

De scheiding leverde mij een spreekwoordelijke muur op. Ik laat niet snel mensen binnen, nog steeds niet. Partners niet, maar ook vriendinnen niet. Het duurt lang voor je mijn vertrouwen hebt.

Ik heb nu drie jaar een relatie. Dat gaat goed. Maar ik kan absoluut niet tegen ruzies. Ik raak in paniek, stoot hem van me af, loop weg.

Ik heb ook niet meer zo de hakuna matata-mentaliteit die ik nog wel bij leeftijdsgenoten zie. Ik ben mijn onbezonnenheid kwijt. Op mijn vijftiende was ik in één klap volwassen. Ik ben serieuzer, zie overal de consequenties van in en zie de toekomst met meer zorgen tegemoet dan leeftijdsgenoten. Maar weet je, ik zit er niet meer zo mee. Ik heb heel veel verwerkt en geleerd van die tijd. Het maakt me tot wie ik ben.

Elk jaar maken 70.000 thuiswonende kinderen mee dat hun ouders gaan scheiden. 16.000 kinderen hebben heel veel last van die scheiding. Het Platform Scheiden Zonder Schade doet hard zijn best om het aantal vechtscheidingen te beperken. Het platform, onder leiding van oud-minister André Rouvoet, vindt dat ouders die uit elkaar gaan betere begeleiding moeten krijgen bij hun scheiding. Ook adviseert de club dat relatietherapie voor (aanstaande) vaders en moeders toegankelijker en goedkoper moet worden.